r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Europese naheffingen

Euroteken

Wanneer het bruto binnenlands product (bbp) van een EU-lidstaat uiteindelijk anders uitvalt dan oorspronkelijk is ingeschat, volgt er een Europese naheffing of teruggave. Dit is nodig omdat alle lidstaten ieder jaar een bepaald percentage van hun bbp afdragen aan de Europese Unie. Wanneer het bbp verandert, verandert de bijdrage dus ook.

Nederland kreeg in oktober 2015 een naheffing van 446 miljoen euro. Omdat het kabinet voor mogelijke naheffingen 612 miljoen euro reserveerde in de begroting, werd deze naheffing als een meevaller gezien. De politiek reageerde dan ook weinig verbaasd.

In 2014 leidde de naheffing van ruim 642 miljoen euro tot meer ophef in Nederland. Minister Dijsselbloem liet weten dat hij ontstemd was over de gang van zaken, maar dat Nederland uiteindelijk wel zou betalen. Veel oppositiepartijen waren ontevreden over de houding van Dijsselbloem inzake de naheffing. Het Verenigd Koninkrijk kreeg ook een naheffing. Hun naheffing was de hoogste van de EU, namelijk 2,1 miljard euro, en premier Cameron weigerde in eerste instantie te betalen. Zowel Nederland als het Verenigd Koninkrijk kaartten de naheffing bij meerdere Europese toppen aan, maar betaalden uiteindelijk wel.

Delen

Inhoud

1.

Nationale bijdragen aan de EU

De inkomsten van de Europese Unie bestaan voor ongeveer drie kwart uit bijdragen van de lidstaten. Die bijdragen zijn gebaseerd op hun bruto binnenlands product (bbp). Hoe hoger het inkomen van een land, des te hoger de 'contributie' aan de EU. In mei van elk jaar overleggen vertegenwoordigers van de lidstaten en de Europese Commissie over de vaststelling van het bbp van het komende jaar.

In de herfst volgt een tweede bijeenkomst, waarin wordt bekeken of het bbp zich anders heeft ontwikkeld dan was geraamd, en of er andere aanpassingen nodig zijn. De statistiekbureaus van de lidstaten (in Nederland het CBS) geven de meest recente uitkomsten dan door aan het Europese statistiekbureau Eurostat. De nationale EU-bijdrage wordt vervolgens bijgesteld op basis van die laatste cijfers. Dit kan resulteren in een teruggave (wanneer het bbp en daarmee de nationale EU-bijdrage lager uitvallen) of in een naheffing (wanneer het bbp en daarmee de nationale EU-bijdrage hoger uitvallen). In het laatste geval moet de betreffende lidstaat deze uiterlijk op 1 december van dat jaar betalen.

2.

Naheffing 2014

Alle lidstaten kregen in 2014 te maken met grote naheffingen of teruggaven. Dit kwam doordat er in datzelfde jaar overeenstemming werd bereikt over de criteria waarmee de grootte van de economie wordt vastgesteld. Deze regels werden vastgelegd in het Europees Stelsel van Nationale en Regionale Rekeningen 2010 (ESA2010). Op basis van deze nieuwe regels werd er teruggerekend tot 2002 (en voor één lidstaat zelfs tot 1995). Uit deze berekeningen kwam naar voren dat sommige lidstaten jarenlang hun inkomsten te laag hadden ingeschat (bijvoorbeeld Nederland), terwijl anderen hun inkomsten steevast te hoog hadden ingeschat (bijvoorbeeld Frankrijk). In totaal werd er door de Commissie 420 miljoen euro meer teruggegeven dan nageheven.

Nederland

De Nederlandse economie bleek aan de hand van deze berekeningen 7,6 procent groter te zijn dan oorspronkelijk was berekend. Dat vertaalde zich in een naheffing van 642,7 miljoen euro. De nieuwe regels hadden een grote invloed op de berekening van het bbp:

  • volgens de nieuwe afspraken moeten ook criminele activiteiten (bijvoorbeeld XTC-productie of prostitutie) deel uitmaken van de berekeningen. Voor Nederland resulteerde dit in een toename van 1,3 procent.
  • de nieuwe methode rekent ook investering in onderzoek en defensie mee. Daardoor groeide de Nederlandse economie met 1,7 procent.
  • veruit de grootste stijging kwam voort uit het gebruik van andere informatiebronnen. Anders dan in het verleden werden nu gegevens van de Belastingsdienst en de Kamer van Koophandel gebruikt. Dit leidde tot een stijging van 4,6 procent.

Minister Dijsselbloem reageerde snel op de berichten over de naheffing. Hij gaf aan dat hij liever "een meer pro-actieve communicatie" vanuit Brussel had gezien. Tegelijkertijd zei hij dat Nederland de naheffing zou betalen als alle berekeningen klopten. De oppositiepartijen uitten felle kritiek. Zij vonden dat Nederland het veel te makkelijk accepteerde. Ook beweerden zij dat minister Dijsselbloem al langer over de naheffingen wist, maar dat hij dit had verzwegen voor de Tweede Kamer. Tot dan toe had een Europese naheffing nooit tot zo'n ophef geleid.

Naast Nederland was ook Groot-Brittannië erg ontstemd over de naheffing. Uiteindelijk zorgden zij er samen voor dat ze de naheffing gespreid mochten betalen. Nederland heeft hier later alsnog van afgezien en heeft de naheffing in één keer betaald op 30 december 2014, ver voor de betalingsdeadline van 1 september 2015.

Andere lidstaten

Negentien landen kregen geld terug van de Commissie, zij hadden teveel betaald. Vooral de Franse meevaller lag gevoelig aangezien Frankrijk meerdere keren de begrotingsregels negeerde.

Negen landen moesten een naheffing betalen. Vooral in Nederland en het Verenigd Koninkrijk werd daar ontstemd op gereageerd. David Cameron riep zelfs meteen na de naheffing dat het Verenigd Koninkrijk niet zou betalen. De Britse minister van Financiën, George Osborne, meldde later ook dat de naheffing gehalveerd zou zijn. Dit bleek uiteindelijk niet waar; het Verenigd Koninkrijk had hun jaarlijkse korting op hun Europese bijdrage al van de naheffing afgetrokken. Uiteindelijk werd de naheffing ook door het Verenigd Koninkrijk, gespreid, betaald.

3.

Naheffing 2015

In 2015 kreeg Nederland opnieuw een naheffing. Het kabinet had hier al op geanticipeerd door een bedrag van 612 miljoen euro te reserveren in de begroting. De naheffing bedroeg uiteindelijk 446 miljoen euro en viel dus lager uit dan oorspronkelijk begroot.

De politiek reageerde dan ook tamelijk gelaten. Wel gaven de VVD, PvdA en D66 aan dat zij vinden dat de EU-begrotingsregels op de schop moeten, met als doel het voorkomen van deze enorme naheffingen of teruggaven. De PVV, de SGP en het CDA waren kritischer over de naheffing.

In de najaarsnota 2015 wordt echter een tegenvaller van 900 miljoen vermeld op de afdrachten aan Brussel. Een deel hiervan, namelijk 446 miljoen euro, is toe te schrijven aan de naheffing. Een ander deel is te wijten aan het feit dat het Europees Parlement de aanvullende begroting over 2015 niet tijdig behandelde, waardoor een terugbetaling van 252 miljoen euro aan Nederland werd uitgesteld. In de Nederlandse begroting is die post nu ingeboekt als tegenvaller, in 2016 zal dat geld wel worden overgemaakt. Ten slotte heeft de EU de afdracht op de invoerrechten tijdens 2015 voor dat jaar verhoogd; dat leidde voor een extra afdracht van 96 miljoen euro. Maar daarbij is niet echt sprake van een 'naheffing' op basis van een wijziging in het bbp.

4.

Overzicht Nederlandse meevallers en naheffingen per jaar

Europees Begrotingsjaar

Meevaller (+) of naheffing (-) in miljoenen euro's

2005

-600

2006

-100

2007

+200

2008

+100

2009

+300

2010

+1000

2011

+300

2012

+100

2013

-500

2014

-643

2015

-446

Netto

-289

5.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven