r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Sociaal-Economische Raad (SER)

Sociaal-Economische Raad (SER)
Bron: © Kevin Bergenhenegouwen

De Sociaal-Economische Raad (SER) is opgericht in 1950 en adviseert de regering over het sociaal-economisch beleid. De SER is een tripartiet overlegorgaan met 33 leden: 11 uit ondernemersorganisaties, 11 uit werknemersorganisaties en 11 onafhankelijke kroonleden.

Sinds het eerste paarse kabinet is de invloed van de SER minder geworden, hoewel SER-adviezen nog steeds als belangrijk worden beschouwd. De huidige voorzitter is Mariëtte Hamer.

Delen

Inhoud

1.

Taken en bevoegdheden

Adviestaak

De Sociaal-Economische Raad (SER) adviseert de regering gevraagd en ongevraagd over de hoofdlijnen van het sociaal-economisch beleid. De regering hoeft zich niet aan de adviezen te houden, maar geeft wel gemotiveerd aan of de adviezen al dan niet worden overgenomen.

Andere taken

De SER heeft verder taken in het kader van de Wet op de Ondernemingsraden en houdt de SER toezicht op de naleving van fusiegedragsregels. Ook bevordert de SER het overleg tussen consumenten- en brancheorganisaties over Algemene voorwaarden.

2.

Positie

Tripartiet overleg- en adviesorgaan

De SER is, naast de Stichting van de Arbeid, een belangrijk orgaan in de Nederlandse overlegeconomie. In de SER vindt tripartiet overleg plaats tussen vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en kroonleden. Op basis van dit overleg komt de SER tot adviezen over het sociaal-economisch beleid. De adviezen van de SER worden voorbereid door commissies en werkgroepen.

De raad bestaat uit 33 leden, waarvan eenderde afkomstig is uit ondernemerskringen en eenderde uit werknemerskringen. De overige 11 leden zijn de zogenaamde 'kroonleden'. Zij worden door de Kroon benoemd maar zijn onafhankelijk van de regering. Twee kroonleden zijn lid van de SER uit hoofde van hun functie. Het gaat om de vertegenwoordiger van De Nederlandsche Bank en de directeur van het Centraal Planbureau. De voorzitter van de SER wordt op advies van de SER door de kroon benoemd; de voorzitter is dan ook tevens kroonlid.

Van de 11 ondernemersleden worden er 7 geleverd door VNO-NCW, 3 door MKB-Nederland en 1 door LTO Nederland. Bij de werknemersleden zijn er 8 afkomstig van de FNV, 2 van het CNV en 1 van de MHP. De zittingsperiode van de raad is 2 jaar. Bij de openbare vergaderingen van de SER en bij de meestal gesloten commissie- en werkgroepvergaderingen zijn ministeriële vertegenwoordigers als waarnemer aanwezig.

De SER is bij wet (de Wet op de bedrijfsorganisatie) ingesteld, maar beschouwt zichzelf desondanks niet als overheidsinstelling. De activiteiten van de SER worden gefinancierd door een heffing die betaald moet worden door bedrijven die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Daarnaast zijn er enkele afzonderlijke heffingen voor een deel van de uitvoering van wetten.

Verschil tussen SER en Stichting van de Arbeid

Het verschil tussen de SER en de Stichting van de Arbeid is dat de SER een tripartiete publiekrechtelijke organisatie is en de Stichting van de Arbeid een private organisatie van werkgeversorganisaties (VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland) en werknemersorganisaties (FNV, CNV en MHP).

3.

Andere participanten in het poldermodel

De meeste SER-commissies en -werkgroepen bestaan net als de raad zelf eveneens uit onafhankelijke leden, ondernemersleden en werknemersleden. Daarnaast hebben in sommige commissies en werkgroepen leden zitting namens de milieubeweging, de Consumentenbond en CSO (de ouderenorganisaties).

Toen in 1999 de Vereniging Milieudefensie, de Stichting Natuur en Milieu en de Vereniging Natuurmonumenten toetraden tot de Commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid en de Stichting Natuur en Milieu en de Vereniging Milieudefensie tot de Commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid werd wel gesproken over het 'groene poldermodel'.

Ook is bij commissies en werkgroepen vaak sprake van adviserende leden van organisaties als het CPB, het RIVM, het SCP, de Sociale Verzekeringsbank, de Pensioen- & Verzekeringskamer en De Nederlandsche Bank.

4.

Invloed en prestaties

Nederland staat bekend om zijn overlegeconomie, waarin de adviezen van de SER van oudsher veel gewicht in de schaal leggen bij de besluitvorming van de regering.

Politieke partijen als CDA en PvdA hebben in het verleden zwaar geleund op adviezen van de SER. Begin jaren '90 van de twintigste eeuw ontstond steeds meer weerzin tegen het corporatisme, de grote politieke invloed van de SER en de verplichte advisering van de SER op sociaal-economisch gebied. Door sommigen werd de SER wel als 'Sociaal-Economische Rem' betiteld. Na de afschaffing van de adviesplicht van de SER door het eerste paarse kabinet nam de invloed van de SER dan ook af.

Desalniettemin blijft de SER één van de belangrijkste Nederlandse adviesorganen. Naarmate tussen de sociale partners (werkgevers- en werknemersorganisaties in de SER) en de kroonleden meer overeenstemming bestaat wordt het voor een kabinet moeilijker om een SER-advies naast zich neer te leggen.

Volgens de SER is driekwart van de SER-adviezen unaniem en is er bij 40% van de adviezen overeenstemming op hoofdlijnen. De rapporten ter onderbouwing van de SER-adviezen staan bekend vanwege hun goede kwaliteit en zijn vaak beter dan de nota's van ministeries.

5.

Meer over overlegeconomie en poldermodel

In het oog springende adviezen in 2002 waren het 'Advies Sociaal-economisch beleid 2002-2006' (het vierjaarlijkse middellange-termijnadvies) en het advies 'Werken aan arbeidsongeschiktheid: Voorstellen WAO-beleid'. De sociale partners reageerden verontwaardigd toen bleek dat de meeste politieke partijen dit advies over de WAO niet overnamen.

6.

Geschiedenis

De SER is opgericht in 1950 op grond van de Wet op de bedrijfsorganisatie en bestaat sinds 1 juni 1950. Daarvoor bestond er in 1939-1940 en 1948-1950 een kleinere Economische Raad.

De bedoeling van de SER was om de sociale partners te betrekken bij het sociaal-economisch beleid, waarvan men na de economische crisis van de jaren dertig vond dat er meer overheidsbemoeienis nodig was.

Bekende voormalige voorzitters van de SER zijn Jan de Pous en Klaas de Vries. De Pous was voorzitter in de jaren 1964-1985 en De Vries in de periode 1996-1998. Ook Herman Wijffels (1999-2006) en zijn voorganger Alexander Rinnooy Kan (2006-2012) genoten bekendheid.

voorzitters

7.

Literatuur

  • J. 
    Dankers, B. van Bavel, T. Jaspers en J. Peet, "SER 1950-2010. Zestig jaar denkwerk voor draagvlak" (2010)

8.

Meer over

 

Delen

Terug naar boven