De Europese Unie blijft haar allerarmste burgers voorlopig steun geven. Het Europees Parlement stemde in februari 2012 in met het voorstel om tot 2013 maximaal 500 miljoen euro per jaar beschikbaar te stellen voor voedselhulp. Daarmee worden naar schatting 18 miljoen Europeanen geholpen.
In 19 landen van de Europese Unie gaf de EU geeft sinds 1987 steun aan voedselbanken. Oorspronkelijk was de hulp ontstaan zodat het mogelijk werd voor EU-landen om hun landbouwoverschotten vrij te geven voor gebruik als voedselhulp. In de loop der jaren waren de landbouwoverschotten verminderd en moest het voedsel opgekocht worden voor de marktprijs. Inmiddels bestaat driekwart van de Europese hulp uit financiële steun.
Hoewel de Europese Commissie voorstander was van uitbreiding van de financiële steun aan voedselbanken, waren verschillende EU-landen tegen. In oktober 2011 kwam de Commissie met het voorstel om de financiële steun voor voedselhulp te verhogen tot 500 miljoen euro. Zes lidstaten stemden echter tegen de plannen: Engeland, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Nederland en Zweden. De redenen die daarvoor aangevoerd werden, waren dat voedselhulp niet onder landbouwbeleid zou moeten vallen maar onder sociaal beleid zou horen. Ook zou voedselhulp niet op Europees maar op nationaal niveau uitgevoerd moeten worden.
Het voedselprogramma zal tot eind 2013 lopen.
