Eind maart 2011 werd het Europees Parlement geconfronteerd met een corruptieschandaal. Het Britse weekblad 'The Sunday Times' onthulde dat minstens drie Europarlementariërs waren ingegaan op een poging tot omkoping van journalisten van het weekblad die zich voordeden als lobbyisten. De Europarlementariërs accepteerden bedragen tot ongeveer 100.000 euro in ruil voor de belofte om wetsvoorstellen te wijzigen en een minder kritische houding aan te nemen ten opzichte van de mensenrechtensituatie in Rusland.
Hoewel er in het Europees Parlement, maar eigenlijk ook in de gehele Europese Unie, al langere tijd wordt gedebatteerd over zaken als 'corruptie', 'fraude' en 'transparantie', is met het recente corruptieschandaal de discussie verder opgelaaid. Vooral de rol die lobbyisten achter de schermen bij de Europese instellingen spelen, staat ter discussie. Er zijn in Brussel ruim 15.000 lobbyisten actief om in opdracht van bedrijven Europese ambtenaren en parlementsleden te beïnvloeden. Zij proberen de besluitvorming en het opstellen van wetsvoorstellen zodanig te sturen, dat deze in het voordeel werken van hun opdrachtgevers.
De gedragsregels voor Europarlementariërs zelf moeten volgens voorzitter van het Europees Parlement Jerzy Buzek ook onder de loep worden genomen en worden aangescherpt. In reactie op het omkopingsschandaal stelde hij in samenwerking met de leiders van de Europese partijen een werkgroep samen om nieuwe gedragsregels voor de parlementsleden op te stellen.
Op 1 december 2011 stemde het Europees Parlement in met een strengere gedragscode. Het contact met lobbyisten wordt hiermee aan striktere regels gebonden.
Het corruptieschandaal trof vooral de fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (PES) en die van de Europese Volkspartij (EVP). Hoewel de journalisten die zich voordeden als lobbyisten meer dan zestig Europarlementariërs hebben benaderd, leken in eerste instantie slechts drie Europarlementariërs op de omkopingsvoorstellen in te zijn gegaan. Het betrof de Oostenrijkse christendemocraat Ernst Strasser, en twee sociaaldemocraten, de Roemeen Adrian Severin en de Sloveen Zoran Thaler, die alle drie in eigen land ooit minister van Buitenlandse Zaken waren.
De fractie van de sociaal-democraten reageerde op de corruptie van haar leden door het onmiddellijke aftreden van deze parlementariërs te eisen. Bovendien stelde de fractie een onderzoek in. De christendemocraat Strasser was op dat moment op eigen initiatief al teruggetreden. PvdA-Europarlementariër Thijs Berman, die onderdeel uitmaakt van de sociaaldemocratische fractie, noemde dergelijke corrupte praktijken absoluut ontoelaatbaar. "Deze mensen horen niet in een parlement thuis, en moeten onmiddellijk uit onze fractie worden gezet." Berman wilde ook een onafhankelijk onderzoek waarbij lobbyisten en Europarlementariërs financieel worden doorgelicht.
De discussie over hervormingen en een grotere transparantie in het Europees Parlement nam een grote vlucht nadat de corruptie van een aantal parlementsleden aan het licht was gekomen. Binnen het Europarlement werd echter al langer gepraat over een strengere gedragscode voor parlementariërs, onder andere in hun omgang met lobbyisten. Zo maken enkele parlementsleden, waaronder SP-Europarlementariër Dennis de Jong, zich al langere tijd sterk voor regels die onder andere de hoogte van giften aan parlementariërs aan banden kunnen leggen.
Het Europees Parlement en de Europese Commissie hebben jarenlang onderhandelingen gevoerd over een gezamenlijk registratiesysteem voor de duizenden lobbyisten die in Brussel werken. Deze besprekingen zijn in mei 2011 met succes afgerond: belangenbehartigers zullen gevraagd worden zich in het gezamenlijke lobbyregister van het Parlement en de Commissie te registreren om toegang te kunnen krijgen tot de gebouwen van deze twee instellingen van de EU.
De belangrijkste actie die werd ondernomen na de ophef over het corruptieschandaal was het instellen van werkgroep binnen het Europarlement door voorzitter Jerzy Buzek. Deze beloofde in maart 2011 openlijk de wetgeving en gedragsregels te hervormen om zo het geschade imago van het Europarlement te herstellen. De werkgroep had onder andere als taak de mogelijkheden van verplichte registratie voor lobbyisten, een strenger giftensysteem en een eenduidige gedragscode voor parlementariërs te onderzoeken.
Op 29 juni 2011 bereikte de werkgroep uit het Europees Parlement overeenstemming over de volgende maatregelen: Europarlementariërs mogen geen giften meer aannemen boven de 150 euro en ze moeten hun nevenfuncties openbaar maken. Ook moeten ze melden met welke lobbyisten ze, als rapporteur over een bepaald onderwerp, intensief contact hebben gehad.
Er waren ook Europarlementariërs en pressiegroepen die verder wilden gaan. Zij pleitten onder andere voor een volledige afschaffing van betaalde nevenfuncties. Ook wilden zij dat er veel strengere strafmaatregelen zouden komen voor parlementsleden die wel in de fout gaan. Na gevallen van corruptie kon er alleen aan Europarlementariërs worden gevraagd om vrijwillig hun zetel in het parlement ter beschikking te stellen. Volgens De Jong, die lid was van de werkgroep, waren er strengere strafmaatregelen nodig, zoals geldboetes, schorsingen en het afnemen van zetels.
De plannen voor een striktere gedragscode werden op 1 december 2011 aangenomen door het parlement. Hiermee werd vastgelegd dat uitsluitend giften tot 150 euro door parlementariërs aangenomen mogen worden. Ook moeten de Europarlementariërs hun andere financiële belangen opgeven, waaronder ook onbetaalde bestuursfuncties. De website van het parlement zal de naam en straf van overtreders gaan publiceren.
Naast deze maatregelen om de regels voor Europarlementariërs aan te scherpen, wordt er al enige tijd gewerkt aan hervormingen van de verkiezing van het Europees Parlement.
