COM(2005)651 - Intrekking van Verordening (EEG) nr. 4056/86 tot vaststelling van de wijze van toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag op het zeevervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1/2003 inzake de uitbreiding van toepassingsgebied van deze verordening tot cabotage en internationale wilde vaart

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 25 september 2006 heeft de Raad het voorstel aangenomen en is het voorstel goedgekeurd.

2.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een verordening van de Raad houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 4056/86 tot vaststelling van de wijze van toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag op het zeevervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1/2003 inzake de uitbreiding van toepassingsgebied van deze verordening tot cabotage en internationale wilde vaart

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Council Regulation repealing Regulation (EEC) No 4056/86 laying down detailed rules for the application of Articles 85 and 86 to maritime transport, and amending Regulation (EC) No 1/2003 as regards the extension of its scope to include cabotage and international tramp services
 
COM-nummer COM(2005)651
extra com nummer COM(2005)651;SEC(2005)1641
raadsdocument 2005/06
interinstitutioneel nummer 2005/0264(CNS)

3.

Oorspronkelijk voorstel

ALGEMEEN

Zeevervoerdiensten zijn essentieel voor de economische ontwikkeling in de EU. Het is derhalve van het grootste belang dat de regels die op de sector van toepassing zijn, met de huidige marktomstandigheden stroken. Overeenkomstig de Lissabon-agenda moeten de bestaande belemmeringen inzake mededinging, innovatie en groei, waarmee het bedrijfsleven wordt geconfronteerd, worden weggenomen. De wetgeving moet worden vereenvoudigd en moet kostenefficiënt zijn. Voorts voert de Commissie momenteel een breed overleg over een nieuw allesomvattend maritiem beleid waarmee wordt beoogd een bloeiende maritieme economie te ontwikkelen. Dit voorstel ligt ook in de lijn van deze doelstellingen.

Verordening (EEG) nr. 4056/86 van de Raad

1. Bij Verordening (EEG) nr. 4056/86 wordt de wijze van toepassing van de mededingingsregels (artikelen 81 en 82 van het Verdrag) op zeevervoerdiensten vastgesteld.

2. Oorspronkelijk had de verordening een tweeledige functie. Ten eerste bevatte zij procedurevoorschriften voor de handhaving van de communautaire mededingingsregels in de sector van het zeevervoer. Deze eerste functie van Verordening (EEG) nr. 4056/86 is op 1 mei 2004 overbodig geworden, toen de gemeenschappelijke bepalingen voor de handhaving van de mededingingsregels van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad ook op het zeevervoer van toepassing werden. Ten tweede bevatte de verordening bepaalde specifieke materieelrechtelijke bepalingen inzake concurrentie in de sector zeevervoer en in het bijzonder een groepsvrijstelling voor lijnvaartconferences, waardoor deze onder bepaalde voorwaarden tarieven konden vaststellen en de capaciteit konden regelen.

3. Ongeveer 40% van de buitenlandse handel van de EU-25 over zee (qua waarde) verloopt via geregelde diensten inzake containervervoer. Bijgevolg wordt 18% van de import en 21% van de export van de EU-25 beïnvloed door de mogelijkheid die de vervoerders in het kader van de groepsvrijstelling hebben om voor de lijnvaartconferences gezamenlijk tarieven vast te stellen.

De herziening van Verordening (EEG) nr. 4056/86

4. Sedert de vaststelling van Verordening nr. 4056/86 is de lijnvaartmarkt aanzienlijk veranderd. De voortdurende tendens naar meer containervervoer heeft geleid tot meer en grotere cellulaire containerschepen, en naar meer nadruk op mondiale routenetwerken. Dit heeft bijgedragen tot de populariteit van consortia en allianties als een manier om de kosten te delen. Het groeiende belang van deze operationele regelingen ging gepaard met een vermindering van de betekenis van conferences. Dit laatste heeft zich vooral doen voelen op de vaargebieden tussen de EU en de Verenigde Staten, voornamelijk als gevolg van concurrentiebevorderende besluiten van de Commissie overeenkomstig artikel 81 en 82 van het EG-Verdrag en wijzigingen in de Amerikaanse wetgeving, waarbij individuele dienstencontracten werden aangemoedigd ten nadele van het vervoer overeenkomstig conferencetarieven.

(...)


lees meer

4.

Initieel standpunt Nederlandse regering

Het voorstel voor de nieuwe Verordening komt tegemoet aan het Nederlandse standpunt dat de lijnvaartsector en de wilde vaart onder het algemene mededingingsregime zou moeten vallen. Het maken van hard-core mededingingsbeperkende afspraken is niet de juiste manier om tegemoet te komen aan de karakteristieken van de markt. Een verstrekkende vrijstelling is niet langer gerechtvaardigd. Bovendien leidt dat tot bovencompetitieve prijzen. Een efficiënt functionerend goederenvervoer is ondermeer te bereiken door een betere marktwerking en gezonde concurrentie tussen slagvaardige ondernemingen die elkaar en hun klanten, de verladers, aanzetten tot uitgekiende vormen van transport.

Met het verdwijnen van de groepsvrijstelling ontstaat er een nieuwe situatie voor de reders. De betrokken ondernemingen moeten wennen aan de nieuwe (juridische) situatie, dit geldt naast de lijnvaart in conferenceverband ook voor cabotage en de internationale wilde vaart. Nederland heeft daarom altijd aangedrongen op richtsnoeren die extra zekerheid moeten bieden over de behandeling van dit deel van de zeevaartsector onder de mededingingsregels en kan zich vinden in het voornemen van de Commissie om richtsnoeren op te stellen. Nederland stelt daarbij wel als voorwaarde dat de Commissie tijdig, zowel voor de lijnvaart als de wilde vaart, met deze richtsnoeren komt en dat de richtsnoeren binnen de werkingssfeer van artikel 81 en 82 van het Verdrag passen. Het overleg met de sector is daarbij van belang mede om na te gaan in hoeverre informatie uitwisseling waarvoor ELAA een voorstel heeft gedaan, binnen de kaders van de mededingingswetgeving valt. Het vastleggen van de al dan niet toelaatbaarheid van diverse aspecten van informatie uitwisseling in richtsnoeren komt ook tegemoet aan de gewenste rechtszekerheid.

 

5.

Europese rechtsgrond

Deze Verordening is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 83. Artikel 83 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Regels betreffende de mededinging' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op afwijking waarbij in uitzonderlijke omstandigheden staatssteun die a priori met het Gemeenschapsrecht in strijd is, moet worden beschouwd als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

6.

Procedure

7.

Juridische context

Dit besluit herziet

Datum Titel
16.12.2002  Uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag
Verordening COM(2000)582
 

Vervanging van

Datum Titel
22.12.1986  Wijze van toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag op het zeevervoer
Verordening COM(1981)423
 

8.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: charteren, concurrentierecht, controle op concentraties, economische concentratie, kustvaart, vervoer over zee, vervoersvoorschriften, zeevaartconferentie.

9.

Betrokkenen

10.

Relevante documenten

(25 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

11.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.