Naar één Europese betaalmarkt

Eurobiljetten met euromunten er op

Bron: euobserver.com

In januari 2008 is in de eurozone, die toen uit dertien landen bestond, gestart met de introductie van één geïntegreerde Europese betaalmarkt: de Single Euro Payments Area (SEPA). Per 1 februari 2014 zal Nederland helemaal overgaan op het betalingssysteem SEPA. Een direct gevolg is dat het onderscheid tussen nationale en internationale betalingen zal verdwijnen. Voor betalingen binnen Nederland, geldt een 'interne overgangstermijn' van twee jaar.

Er zijn plannen om dit uniforme betaalgebied zelfs uit te breiden tot alle 27 lidstaten van de Europese Unie. Iedereen zou dan in alle EU-lidstaten zonder problemen met dezelfde pinpas kunnen betalen. De bedoeling is dat transactiekosten voor consumenten hierdoor dalen, maar sommige deskundigen twijfelen eraan of dit ook zal gebeuren.

Voor de Nederlandse burger gaat er vanaf februari 2014 op betaalgebied veel veranderen. De overgang naar het betalingssysteem SEPA betekent dat iedereen een IBAN rekeningnummer van 18 tekens krijgt. Daarnaast zal er betaald worden met de Europese overschrijving en de Europese incasso. Het nieuwe pinnen, waar in 2011 al mee is kennisgemaakt, maakt ook onderdeel uit van het nieuwe betalingssysteem. Ook krijgt de oer-Hollandse acceptgiro geen Europese opvolger.

De parlementaire commissie voor Economische en monetaire zaken van het Europees Parlement vergaderde op 11 juli 2011 over het voorstel van de Commissie en stelde in totaal 95 amendementen voor. In februari 2012 stemde het Europees Parlement in met de SEPA-verordening; daarna nam ook de Raad het voorstel aan, inclusief de amendementen van het EP. De lidstaten hebben nu twee jaar de tijd om het voorstel uit te voeren.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Naar één Europese betaalmarkt

In 1958 kwam de Europese Economische Gemeenschap tot stand. In 1992 werd in Maastricht besloten tot de invoering van de euro; in 1999 werd de euro ingevoerd voor giro-betalingen in 12 lidstaten en sinds 2002 zijn in die landen de euromunten en -biljetten in gebruik. De eurozone is daarna zelfs nog uitgebreid.

Voor contante betalingen wordt dus dezelfde munt gebruikt, maar voor pinnen in een ander Europees land gelden vaak extra kosten. Om dit op te lossen kwam de Europese Commissie in 2004 met een voorstel tot het opzetten van de SEPA (Single Euro Payments Area), een geïntegreerde Europese betaalmarkt. SEPA heeft als doel om de barrières tussen de verschillende nationale betalingssystemen op te heffen waardoor betalen in de hele EU hetzelfde wordt, ongeacht het land van waaruit deze betalingen worden gedaan. Er moet dus geen verschil meer zijn tussen nationale of Europese betalingen; de diensten en de kosten voor overboeken of pinnen moeten doordoor in alle eurolanden te gebruiken zijn.

Voormalig eurocommissaris Charlie McCreevy (Interne Markt) wilde nog verder gaan. Hij zag als één van de doelstellingen van SEPA het wegnemen van alle juridische belemmeringen voor een uniforme Europese betaalruimte. SEPA gaat alleen over eurobetalingen, maar McCreevy wilde betalingen in alle valuta die in de EU worden gebruikt erbij betrekken. 'Overal in de EU voor goederen en diensten kunnen betalen zoals je dat in eigen land gewend bent, zal ieders aankopen een nieuwe dimensie geven en Europa nog dichterbij brengen', aldus McCreevy.

Andere regelgeving die voort zou komen uit de introductie van één betaalmarkt heeft te maken met een andere wijze van automatische incasso's en de snelheid waarmee geldbedragen worden overgeboekt. Ook moet bijvoorbeeld overstappen naar een andere bank eenvoudiger worden, doordat klanten hun rekeningnummer kunnen behouden.

2.

Goedkoper of duurder?

De verwachting is dat het overboeken en pinnen dankzij schaalvoordelen uiteindelijk goedkoper zal worden voor consumenten. Het Platform Detailhandel Nederland maakt zich echter zorgen over prijsstijgingen. 'Feitelijk leveren alleen Mastercard en Visa Europese betaalsystemen. In Zwitserland, België en het Verenigd Koninkrijk hebben deze bedrijven de prijzen voor winkeliers al flink verhoogd', zei een woordvoerder. McCreevy verwachtte dat op de korte termijn de prijzen zullen stijgen, maar dat  betalen in het buitenland uiteindelijk net zo goedkoop zal zijn als betalen in het eigen land.

McCreevy verwachtte verder dat een efficiënter betalingssysteem ook de banken besparingen oplevert. Het zal voor banken makkelijker worden om een Europees pinsysteem op te zetten als ze in elk land te maken hebben met dezelfde regels. Nu kunnen aanbieders van betalingsdiensten niet met elkaar concurreren of hun diensten overal in de EU aanbieden.

De Nederlandse Europarlementariër Corien Wortmann-Kool (EVP, CDA) stelde in het Europees Parlement dat 'de kosten van betaalinstrumenten voor de gebruikers niet mogen stijgen ten gevolge van de invoering van deze verordening.' Zij wil voorkomen dat klanten meer moeten betalen door de komst van een efficiënter systeem.

Toch zijn er gevallen bekend van banken die de nieuwe Europese betaalmarkt aangrijpen om prijzen te verhogen, net zoals destijds het geval was met de invoering van de euro. In Nederland kwam de toenmalige Postbank in december 2006 in opspraak door het afschaffen van de gratis nationale pinpas. Daarvoor in de plaats kwam een nieuwe pinpas à 10,95 euro per jaar. De toenmalige Nederlandse Europarlementariër Max van den Berg (PES, PvdA) zei hierover: 'de Europese betaalmarkt in 2008 verplicht de banken helemaal niet om nationale passen te schrappen.' Ook Wortmann-Kool meende dat de Postbank 'een beetje misbruik maakt' van de nieuwe EU regels.

De Commissie erkende dat niet alle klanten buiten de eigen lidstaat gebruik wensen te maken van een giropas. Maar na 2008 mogen banken nog steeds gratis giropassen aanbieden aan klanten die alleen aankopen doen of pinnen in de eigen lidstaat. De totstandkoming van SEPA verplicht banken in de lidstaten niet om het aanbieden van gratis passen voor een bepaald geografisch gebied af te schaffen.

Een van de struikelblokken in de discussie over de Europese betaalmarkt is het wel of niet toestaan van niet-bancaire instellingen: instellingen die niet officieel als bank zijn toegelaten. Europarlementariër Corien Wortmann-Kool is van mening dat het niet toestaan van dergelijke instellingen indruist tegen de interne-marktbeginsel van meer concurrentie.

3.

Stand van zaken besluitvorming

Nadat de Europese Commissie in 2004 met het voorstel voor de geïntegreerde betaalmarkt kwam, werden de EU-ministers van Financiën het op 27 maart 2007 eens over gemeenschappelijke regels over overboekingen, incasso's en pinbetalingen.

In april 2007 diende de commissie Economische en monetaire zaken van het Europees Parlement 285 amendementen in op het voorstel van de Europese Commissie voor de creatie van één Europese betaalmarkt. Rapporteur hiervan was toen de Franse Europarlementariër Jean-Paul Gauzès (EVP). Het Europees Parlement heeft het voorstel op 24 april 2007 aangenomen.

De introductie van SEPA is in januari 2008 van start gegaan. Er was toen echter nog geen overgangstermijn bepaald. De Europese Centrale Bank (ECB) had 2010 voor ogen, de banken gingen vooralsnog uit van 2013. Eurocommissaris Michel Barnier wilde dat begin 2012 een einddatum werd vastgesteld voor de overgang op de diverse betaalproducten. Om de druk hierop op te voeren, presenteerde hij op 16 december 2010 een verordening.

De parlementaire commissie voor Economische en monetaire zaken van het Europees Parlement vergaderde op 11 juli 2011 over het voorstel van de Commissie. Zij stelde in totaal 95 amendementen voor, waarin zij onder meer pleit voor één duidelijke overgangsdatum voor overmakingen en automatische afschrijvingen die bepaald zou moeten worden op 24 maanden na de inwerkingtreding van de verordening. Ook zou het EP graag zien dat consumenten goed beschermd worden tegen ongewenste automatische afschrijvingen, aangezien het mandaat voor deze betalingsvorm standaard bij de bank van de crediteur komt te liggen.

In februari 2012 stemden achtereenvolgens Europees Parlement en Raad in met het voorstel (inclusief wijzigingen door het EP). Alle landen in de eurozone zullen op 1 februari 2014 overgaan op het Europese betaalverkeer. Ook De Nederlandsche Bank (DNB) stapt op die datum over naar het systeem SEPA. Voor de landen buiten de eurozone, maar binnen de EU, wordt voorlopig de deadline van 30 oktober 2016 genoemd.

4.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt een oordeel niet eenvoudig. Europa is wikken en wegen.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

  • Meer concurrentie als gevolg van SEPA zal de kosten voor het midden- en kleinbedrijf verlagen

    Meer concurrentie als gevolg van SEPA zal de kosten voor het midden- en kleinbedrijf verlagen, en dus voor de consument. Ook door schaalvoordelen zal SEPA uiteindelijk leiden tot lagere tarieven voor betalen en pinnen. De tarieven zullen transparanter worden, waardoor consumenten zelf een keuze kunnen maken tussen verschillende banken en producten. Door meer concurrentie zullen bedrijven bovendien gedwongen worden om hun dienstverlening te verbeteren.

  • Op de korte termijn zal SEPA leiden tot hogere prijzen

    Banken maken misbruik van EU-regels door hun tarieven te verhogen. Consumenten worden hier de dupe van. Iedereen, zowel consumenten als banken, zal de gevolgen van de nodige investeringen in SEPA ondervinden o.a. in de vorm van hogere tarieven voor overboekingen en pinnen. Bovendien verwachten winkeliers dat een vernieuwde pinpas hun honderden miljoenen euro's per jaar gaat kosten. Banken investeren nu namelijk in het nieuwe passysteem, en creditcardmaatschappijen zoals Visa en Mastercard zullen vaker de verwerking op zich nemen. Volgens het Platform Detailhandel Nederland zijn creditcardbetalingen duurder dan pinbetalingen.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

5.

Meer informatie