EU-octrooi: haalbaar of niet?

Scheikundig model opgebouwd met EU-logo op de bolletjes

Octrooien of patenten zijn van groot belang voor het innovatie- en concurrentievermogen van een economie. Uit onderzoek blijkt dat sectoren waar meer octrooien worden verleend, innovatiever zijn. En innovatie zorgt voor economische groei.

Onderzoekers en ondernemers klagen over de omslachtigheid en bureaucratische lastendruk die het aanvragen van octrooien in Europa met zich meebrengt: het is kostbaar en tijdrovend. In alle landen van de EU gelden namelijk andere regels. Een EU-octrooi dat geldig is in alle lidstaten zou dit op kunnen lossen.

In 2009 leek overeenstemming daarover te zijn bereikt. De lidstaten werden het eens over de oprichting van een Europees Octrooigerecht en een EU-octrooi, dat geldig zou zijn in alle lidstaten van de EU. Ze raakten het echter niet eens over de taal waarin een aanvraag ingediend moet worden, waardoor de deal afketste.

In 2010 besloten elf lidstaten daarop een voorhoede te vormen. Er wordt nu gewerkt aan een octrooisysteem dat geldt in de deelnemende lidstaten, dus niet in de hele Europese Unie, zoals oorspronkelijk het plan was. In 2011 sloten veertien andere lidstaten zich bij de kopgroep aan, waardoor alleen Spanje en Italië niet meedoen. In juni 2012 wordt een definitieve beslissing door de lidstaten over het octrooipakket verwacht.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Het EU-octrooi: wat is het?

Een EU-octrooi is (in tegenstelling tot een Europees bundeloctrooi) in alle EU-landen geldig en valt in ieder land onder dezelfde octrooiwetten.

 

Europees Bundeloctrooi en EU-octrooi

Een Europees Bundeloctrooi is iets anders dan een EU-octrooi (voorheen Gemeenschapsoctrooi genoemd). Het eerste is een 'bundel' van verschillende octrooien van Europese landen, terwijl het tweede een octrooi is dat in de hele Europese Unie geldig is.

Voordelen van het EU-octrooi:

  • lagere kosten door afgenomen vertaalwerk en afgenomen hoeveelheid inschrijvingen
  • uitvinding of innovatie is direct in meerdere landen beschermd: one-stop-shop
  • Europa kan een betere concurrentiepositie krijgen ten opzichte van Japan en de Verenigde Staten

2.

Octrooi in Europa: kostbaar en tijdrovend

Binnen Europa worden minder patenten aangevraagd dan in bijvoorbeeld Japan of de Verenigde Staten. Er zijn meerdere redenen voor de achterstand van de EU. Op dit moment moet een octrooi in Europa voor iedere lidstaat apart worden aangevraagd. Dat kan wel gebundeld gebeuren via het Europees Octrooibureau (EOB), maar in feite zijn dat nog steeds allemaal aparte octrooien. Die moeten dan nog op nationaal niveau worden bekrachtigd. Dit betekent dat er veel kosten aan verbonden zijn, bijvoorbeeld voor administratie en vertalingen.

Ook valt ieder octrooi onder zijn eigen nationale regelgeving. Succesvol een octrooi aanvragen in het ene Europese land, betekent niet dat het in het andere Europese land ook goed gaat. Het aanspannen van een procedure, omdat er inbreuk gemaakt wordt op een octrooi, kan bovendien in verschillende landen tot andere uitspraken leiden.

3.

Lange weg

Om een einde te maken aan de kostbare en tijdrovende aanvraagprocedure voor octrooien, probeert de Europese Unie al jarenlang een gemeenschappelijk octrooi voor alle lidstaten op de rails te krijgen. Al enkele decennia wordt gewerkt aan het invoeren van een gezamenlijk Europees patent. De Europese Commissie diende in 2000 een voorstel in voor een verordening betreffende een Gemeenschapsoctrooi. In 2003 kwam de Raad met een gemeenschappelijke politieke benadering over een Gemeenschapsoctrooi. Die kreeg kritiek op twee punten: de rechtssystemen van de lidstaten zouden niet klaar zijn voor een Gemeenschapsoctrooi en daarnaast was de talenregeling niet toereikend.

Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in 2009 is de Europese Gemeenschap opgegaan in de EU en wordt gesproken van een EU-octrooi, in plaats van Gemeenschapsoctrooi. 

Talenregeling

Een belangrijk strijdpunt was het aantal talen waarin een octrooiaanvraag ingediend moet worden. De aanvankelijke eis dat octrooiaanvragen in 22 officiële EU-talen vertaald moesten worden, werd niet haalbaar gevonden. Enkele EU-lidstaten accepteren echter niet dat vertalingen van octrooien in hun taal geen vereiste zijn. Vooral Spanje en Italië hechten daaraan. 

Ondertussen zijn al wel maatregelen getroffen om de aanvragers van octrooien tegemoet te komen, ook al is het EU-octrooi nog geen feit. Sinds 1 mei 2008 is het Protocol van Londen van kracht geworden. Hierdoor wordt de hoeveelheid vertaalwerk beperkt bij het invoeren van een octrooi in een ander land. Voor belangrijke talen als het Duits, Frans en Engels hoeft het uitgebreide gedeelte met de beschrijving van het octrooi niet meer te worden vertaald. Alleen de samenvatting moet in de taal van het betreffende land worden vertaald. Als Nederlandse octrooiaanvragen bijvoorbeeld in het Engels worden geschreven, kan er op die manier sterk op de vertaalkosten worden bespaard. Niet alle lidstaten van de EU hebben dit protocol ondertekend.

Rechtssysteem

Naast de talenregeling is het oplossen van geschillen over octrooien een belangrijk punt. Op dit moment is het zo dat een octrooi dat is verleend door het EOB valt onder de nationale regels van het land waar het octrooi wordt gebruikt. Als er inbreuk wordt gemaakt op het octrooi, dan moet dat in elk land apart worden opgelost. Tot nu toe is er geen centrale instantie voor geschillenbeslechting. Totdat er een Europees Octrooigerecht is, lopen belanghebbenden dus het risico dat ze in meerdere landen procedures moeten starten als er inbreuk wordt gemaakt op hun octrooi. Dat kan duur zijn en leidt vooraf mogelijk al tot het besluit om geen octrooi aan te vragen.

Bovendien verschillen de nationale rechtssystemen, de manier waarop rechters octrooizaken behandelen, en de mate van specialisatie en ervaring van die rechters. Kort gezegd kan het gebeuren dat er in procedures in de verschillende landen tegenstrijdige uitspraken worden gedaan. Die onzekerheid zorgt ervoor dat bedrijven terughoudend zijn met het op de markt brengen van geoctrooieerde producten. De oprichting van het Europees Octrooigerecht moet hier verandering in brengen.

4.

Geen overeenstemming over EU-octrooi voor alle lidstaten

In 2009 leek een doorbraak te zijn bereikt op het gebied van de invoering van een EU-breed octrooi. De lidstaten bereikten overeenstemming over de oprichting van een Europees Octrooigerecht en een EU-octrooi, dat geldig zou zijn in alle lidstaten van de EU. Alle EU-landen zijn daarmee akkoord gegaan.

Eén belangrijke kwestie werd in december 2009 echter buiten de besprekingen gehouden: de vraag in hoeveel talen octrooien vertaald moeten worden.

In juli 2010 deed eurocommissaris Barnier (Interne markt en diensten) een voorstel om de octrooien te verlenen in het Engels, Duits en Frans; de officiële talen van het Europees Octrooibureau. De EU-lidstaten werden het echter niet eens over de taal waarin een aanvraag ingediend moet worden, waardoor de deal afketste. Italië en Spanje vonden dat aanvragen ook in het Spaans en Italiaans moesten kunnen worden gedaan. Daardoor ging de invoering van een EU-octrooi voor alle EU-lidstaten niet door.

5.

Eenheidsoctrooi voor kopgroep

Toen niet alle lidstaten het over één octrooi voor de EU eens konden worden vormden elf lidstaten (Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Slovenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk) in december 2010 een voorhoede, waarbij andere landen konden aanhaken. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is het vormen van een voorhoede mogelijk, maar het EU-octrooi is het eerste waarbij verdergaande samenwerking tussen een deel van de lidstaten plaatsvindt op het gebied van de interne markt.

In maart 2011 stemde de Raad Concurrentievermogen in met een principeakkoord en sloten ook de andere EU-lidstaten, met uitzondering van Italië en Spanje, zich aan bij de regeling. Deze twee landen willen niet meedoen totdat ook hun eigen talen worden erkend voor de nieuwe octrooiregeling. Ook met 25 deelnemende landen wordt het aanvragen van een octrooi al veel goedkoper en gemakkelijker: de kosten dalen van ongeveer 80.000 euro naar circa 6000 euro. Wanneer het plan werkelijkheid wordt, hoeft een octrooi nog maar in één taal te worden vertaald.

In februari 2011 werd bekend dat het Europees Parlement zich kan vinden in het plan van deze voorhoede. In november 2011 kwam het EU-octrooi weer een stukje dichterbij. De EP-commissie Juridische zaken gaf haar goedkeuring aan een mandaat om formele onderhandelingen met de nationale regeringen te openen voor het tot stand brengen van een gemeenschappelijk octrooi.

Een definitief akkoord over het instellen van een EU-octrooi is daarmee dichtbij. In juni 2012 wordt een definitieve beslissing door de lidstaten over het octrooipakket verwacht. Als de EU-lidstaten in juni overeenstemming bereiken, moeten eerst het Europees Parlement en vervolgens de nationale parlementen van de deelnemende lidstaten het verdrag goedkeuren. Italië en Spanje kunnen zich te allen tijde nog aansluiten bij het EU-octrooi.

6.

Europees Octrooigerecht

Het in december 2009 door de lidstaten genomen besluit tot de oprichting van een Europees Octrooigerecht, dat moet oordelen over geschillen omtrent octrooien, was een belangrijke stap. Het Europese Hof van Justitie stelde in maart 2011 echter dat het Europees Octrooigerecht geen Europees recht zou mogen toepassen en dat het gerecht nationale rechtbanken rechten zou ontnemen. De lidstaten die achter de ontwikkeling van het octrooi staan, stelden echter verder te zullen gaan met het ontwikkelen van het octrooi. Wel zullen ze kijken hoe het Octrooigerecht in overeenstemming te brengen is met de geldende Europese wetgeving.

Overeenstemming over de locatie waar het Europees Octrooigerecht gevestigd moet worden, is het laatste struikelblok op de weg naar een EU-octrooi.

7.

Meer informatie