Grieks begrotingstekort en staatsschuld - Europa NU

Europa NU
logo Europees Parlement
Griekse parlement

Griekenland kampt met een extreem begrotingstekort en een enorme staatsschuld. Net na het aantreden van de nieuwe Griekse regering in oktober 2009 onthulde de nieuwe minister van Financiën, Giorgos Papaconstantinou, dat zijn voorganger stelselmatig valse cijfers over het Griekse begrotingstekort had gepresenteerd.

Terwijl de neoliberale en gematigd conservatieve partij van voormalig minister-president Kostas Karamanlis nog mooi weer had gespeeld, gaf het nieuwe Griekse leiderschap van de socialistische PASOK openheid van zaken: het begrotingstekort van Griekenland over 2009 bedroeg in werkelijkheid 12,7 procent, in plaats van 3,7 procent, zoals tot dan toe werd aangenomen. Eerdere Griekse regeringen konden tien jaar lang deze cijfers vervalsen omdat het statistische bureau van de EU, Eurostat, niet ter plekke mocht controleren.

De ministers van Financiën van andere eurolanden en de Europese Commissie reageerden woedend toen bleek dat de Grieken jarenlang hadden gelogen over hun financiële positie. Volgens analisten bedreigen de Griekse problemen de stabiliteit van de euro. De Griekse regering heeft stevige maatregelen aangekondigd om de problemen op te lossen.

1.

Euro onder druk

Voor de Griekse overheid wordt het steeds lastiger om een lening aan te gaan. De rente die Griekenland op zijn staatsleningen moet vergoeden loopt op, doordat het risico groeit dat Griekenland de schuld niet meer kan terugbetalen. Speculatieve beleggers zetten al in op een faillissement van Griekenland. Zij kopen op grote schaal zogenoemde credit default swaps in. Dat zijn een soort verzekeringen die veel geld opleveren als Griekenland zijn staatsleningen niet meer kan aflossen.

De uitwerking van de financiële problemen van Griekenland blijven echter niet beperkt tot binnen de Griekse landsgrenzen. De Griekse tragedie schaadt namelijk het algemene vertrouwen in de euro, met een koersdaling van de euro als gevolg. In januari 2010 daalde de waarde van de euro ten opzichte van andere munten, zoals de dollar, al sterk. Dat is goed nieuws voor exporteurs, omdat goederen uit de eurozone hierdoor relatief goedkoper worden, maar slecht nieuws voor importeurs: producten die van buiten de eurozone geïmporteerd worden, worden hierdoor duurder.

In Europa bestaat de vrees voor een domino-effect; de problemen van Griekenland zouden kunnen overslaan op andere zwakke eurolanden, zoals Spanje, Portugal, Ierland en Letland. Hoewel het Griekse bruto nationaal product slechts een kleine bijdrage levert aan de totale economie van de EU, zou een opeenstapeling van omvallende eurolanden de eurozone in zijn geheel in de problemen brengen. Maar zelfs van het wankelen van een grote economie als de Spaanse zouden de gevolgen merkbaar zijn in andere landen van de muntunie.

2.

Aanpak van de problemen

Om de problemen aan te pakken heeft de Griekse regering van premier Papandreou op 15 januari 2010 een plan ingediend bij de Europese Commissie. Volgens dat plan moet het begrotingstekort van Griekenland in 2012 weer zijn teruggebracht tot onder de norm van drie procent uit het Stabiliteits- en groeipact. Daarvoor zullen zware bezuinigingen en belastingverhogingen nodig zijn. De accijnzen op alcohol en brandstof worden verhoogd, de pensioenleeftijd wordt opgeschroefd en zal er flink worden gesneden in het ambtenarenapparaat. Daarnaast heeft de regering van Papandreou ook beloofd belastingontduiking strikt aan te pakken.

De machtige Griekse vakbonden verzetten zich tegen de bezuinigingen. Zij hebben massale stakingen georganiseerd, die het openbare leven in het land plat leggen. De Griekse regering zit daardoor in een zeer lastig parket.

3.

Europese controle

Vanuit verschillende Europese lidstaten, de Europese Centrale Bank, het Europees Parlement en vanuit de Europese Commissie wordt Griekenland onder druk gezet het tekort ook daadwerkelijk terug te dringen.

Begin februari 2010 sprak toenmalige eurocommissaris voor economische en monetaire zaken Joaquin Almunia zijn steun uit voor het reddingsplan van de Grieken. Hij noemde het ambitieus maar wel uitvoerbaar. Almunia vindt het absoluut noodzakelijk dat de Griekse overheid het plan ook uitvoert en het begrotingstekort in 2012 heeft verminderd. De Commissie ziet daar scherp op toe. Begin maart 2010 drong de nieuwe eurocommissaris voor economische en monetaire zaken Rehn aan op extra bezuinigingen. Binnen enkele dagen maakte premier Papandreou nieuwe bezuinigingen van miljarden euro's bekend.

De ministers van Financiën van de eurolanden steunen de voorstellen van de Europese Commissie en houden een vinger aan de pols. Elke maand moeten de Grieken laten zien of ze op schema liggen met het terugdringen van het begrotingstekort.

De regeringsleiders van de 27 EU-lidstaten hebben de situatie in Griekenland besproken tijdens een extra top in Brussel, op 11 februari 2010. Ze hebben geen concrete hulp aan Griekenland bekendgemaakt. Wel zeiden ze gecoördineerde actie te ondernemen als dat nodig is.

Maar de geruchten dat Duitsland en Frankrijk achter de schermen werken aan een reddingsplan voor Griekenland werden in februari en maart 2010 sterker. Formeel gezien is het onder het stabiliteitspact niet mogelijk voor de eurozone om als geheel bij te springen. Volgens de geruchten wordt de mogelijkheid besproken dat vooral Duitse en Franse staatsbanken Griekse staatsobligaties kopen. Eurolanden zullen overigens heel voorzichtig zijn om financieel bij te springen. Als ze nu veel geld in Griekenland steken, zullen ze er een volgende keer dat een euroland in de problemen komt, niet onderuit komen om ook daar bij te springen.

De Nederlandse oud-minister van Financiën Wouter Bos heeft gezegd dat "iedereen zijn eigen broek moet ophouden." Hij ging ervan uit dat Griekenland zijn uiterste best zal doen om de problemen op te lossen en zich aan de afspraken te houden. Anders blijven de Grieken te boek staan als een land dat zijn verplichtingen niet nakomt. Het is daarom in Griekenlands eigen belang het vertrouwen van de andere Europese landen te herstellen. 

4.

Het Internationaal Monetair Fonds

Een andere mogelijkheid is dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) ingrijpt. De topman van het IMF, Dominique Strauss-Kahn, heeft aangegeven dat de organisatie hiertoe bereid is, maar vindt dat de verantwoordelijkheid om Griekenland te hulp te komen, in de eerste plaats bij de eurolanden ligt. Voorstanders van tussenkomst van het IMF geloven dat het vertrouwen van beleggers kan worden teruggewonnen door hard en daadkrachtig op te treden.

Tegenstanders hiervan vrezen echter dat de geloofwaardigheid van de euro door tussenkomst van het IMF een flinke deuk op zou lopen. De Griekse premier zelf heeft al in december 2009 uitgesloten een beroep te doen op het IMF.

5.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt een oordeel niet eenvoudig. Europa is wikken en wegen.

Tip: na het lezen van de argumenten kunt U zelf Uw reactie geven.

  • Griekenland moet haar eigen problemen oplossen

    Andere landen moeten Griekenland niet te hulp schieten. Het begrotingstekort van de Grieken is hun eigen probleem. Belastingbetalers uit andere landen hoeven daar niet voor op te draaien. De Grieken zullen dus flink moeten bezuinigen, ook om enige geloofwaardigheid in Europa te behouden.

  • Griekenland moet de hulp van het IMF inroepen

    Officieel gezien mag de Europese Commissie Griekenland geen financiële hulp bieden in het bestrijden van het begrotingstekort. Ook beschikt ze niet over de juiste wapens en het juiste controlemechanisme om Griekenland op effectieve wijze onder curatele te stellen. Het Internationaal Monetair Fonds kan dit wel en kan zich bovendien beroepen op decennialange ervaring. Daar komt bij dat een interventie van het IMF ook voorkomt dat sterkere eurolanden als Nederland en Duitsland een disproportionele bijdrage moeten leveren aan een eventueel Europees reddingsplan. Het IMF kan dus zowel eerlijker als effectiever ingrijpen.

  • Het gaat Griekenland nooit lukken de hervormingen en bezuinigingen door te voeren

    Het gaat Griekenland nooit lukken de hervormingen en bezuinigingen door te voeren Het begrotingstekort is simpelweg te groot. De maatregelen uit het bezuinigingsplan zijn zo drastisch, dat de vakbonden in opstand zullen komen. Doordat de machtige Griekse vakbonden de hervormingen tegen zullen houden, zal Griekenland failliet gaan. De eurolanden kunnen zich dus beter richten op zwakke economieën die nog wel te redden zijn, zoals Letland en Spanje.

  • Griekenland is maar een kleine economie in Europa

    Griekenland is slechts een klein land met een kleine economie. Het Griekse bruto nationaal product (BNP) is nog geen 3 procent van het totale BNP in de Europese Unie. Op wereld niveau stelt de Griekse economie al helemaal niets voor. Europa moet het probleem dat Griekenland veroorzaakt daarom niet overdrijven.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

6.

Meer informatie

 
Stuur door