Submenu:
Nieuws-items bij Commissie wil einde aan kortzichtig ...
-
10-03EU wil verbod handel blauwvintonijn, kleinschalige vangst mag wel
-
10-03EU bereikt akkoord over te beschermen diersoorten (en)
-
03-03VS steunen roep Europarlement om verbod op handel blauwvintonijn
-
25-02Leden Europees Parlement plaatsen kanttekeningen bij prioriteiten hervorming visserijbeleid
-
25-02Toespraak visserij-commissaris Maria Damanaki over blauwvintonijn (en)
-
25-02EU-Commissaris spreekt in het Europees Parlement over hervormingen in de visserij (en)
-
23-02EU wil verbod handel blauwvintonijn, lidstaten zeer verdeeld (en)
-
22-02Brussel: handel in blauwvintonijn verbieden
-
22-02Eurocommissarissen Milieu en Visserij lichten voorstel verbod op handel blauwtonijn toe
-
22-02Toespraak Maria Damanaki over voorstel voor verbod op handel in blauwvintonijn (en)
-
18-02Europese Commissie wil verbod op handel blauwvintonijn
-
12-02Onderzoek Ombudsman wijst op fout kabeljauw-quota voor Schotland
-
10-02Europees Parlement wil verbod op handel in bedreigde dieren
-
08-02Zal de EU de blauwvintonijn in Doha in bescherming nemen?
-
08-02EU neemt mogelijk blauwvintonijn in bescherming bij top Doha
-
08-02Zal de EU de handel in blauwvintonijn verbieden?
-
28-01Europarlementariërs zetten prioriteiten uit voor hervorming visserijbeleid (en)
-
28-01Spaans voorzitterschap maakt duurzame visserij tot speerpunt (en)
-
27-01Milieucommissie EP wil verbod op handel in blauwvintonijn
-
26-01EU sluit visserij-akkoord met Noorwegen
Commissie wil einde aan kortzichtig visserijbeleid - Hoofdinhoud
Met het kappen van oerbossen in onder andere Borneo en Brazilië gaan unieke en kostbare ecosystemen verloren. De Europese Unie spreekt er schande van. Maar in de eigen achtertuin, in de zeeën die de Unie omgeven, vindt een soortgelijke slachting plaats onder de visbestanden en de ecosystemen. Als de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het huidige beleid geen drastische hervormingen toestaan, is het binnen dertig jaar grotendeels gedaan met de vis in de Middellandse Zee, het ‘Europese deel’ van de Atlantische Oceaan, de Noordzee en de Oostzee.
Met een vangsthoeveelheid van naar schatting 5,6 miljoen ton (cijfers 2006) staat de Europese Unie wereldwijd op de derde plaats van de belangrijkste visproducenten. China met meer dan 17 miljoen ton en Peru met ruim 9,3 miljoen ton zijn de grootste vissers ter wereld. De visserij-industrie in de Unie biedt werk aan ongeveer 230.000 mensen.
De waarde van de in Europese havens aangelande vis, inclusief die van niet-Europese vissers, wordt geschat op ruim 6,7 miljard euro. De visserij is daarmee een industrie die behoorlijk bijdraagt aan de Europese economie.
De Europese Commissie, de hoeder van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB), doet nu een verwoede poging om alle betrokken partijen ervan te doordringen dat zonder ingrijpende hervormingen de visserij-industrie bijna helemaal verloren zal gaan. In een document over mogelijke hervormingen dat de Commissie in 2009 uitbracht, hoopte zij een discussie los te krijgen over hoe de EU een situatie kan bereiken waarin de vangsthoeveelheden geen bedreiging vormen voor een gezond visbestand.
De Commissie wil in 2010 de discussie samenvatten in een concreet plan dat in 2013 tot een voorstel voor een nieuwe basisverordening moet leiden. Volgens belangrijke milieu-organisaties als Oceana en Greenpeace is dit de laatste kans voor de EU om de visserijsector om te vormen tot een voor de toekomst levensvatbare industrie. In 2010 treedt ook een Europese verordening in werking die illegale visserij moet bestrijden.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Sinds de invoering van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid in 1983 is de Commissie er niet in geslaagd overbevissing een halt toe te roepen. Ondanks allerlei maatregelen bleef de capaciteit van de Europese vissersvloot veel te hoog voor een duurzaam evenwicht tussen vangst en visbestand. Met de huidige capaciteit kan de Europese vissersvloot twee tot drie keer de hoeveelheid vis binnenhalen die maximaal uit de zee gehaald zou mogen worden om een duurzaam evenwicht te behouden.
Hoewel alle lidstaten het erover eens zijn dat deze natuurlijke hulpbronnen voor de Unie van grote waarde zijn, en dus behouden moeten blijven, zijn het vooral de grote visvangende landen die in de praktijk telkens weer voor hun eigen korte termijnbelang kiezen. Angst voor de grote actiebereidheid van de vissers speelt daarin een belangrijke rol. Bovendien bestaat de vrees dat kleine kustgemeenschappen, die voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de visserij-industrie, harde klappen krijgen als er nieuwe wetgeving komt die de bestaande rechten van de visserijsector aantast.
De treurige situatie waarin de vis in Europese wateren verkeert, is voornamelijk het gevolg van het compromis om alle lidstaten evenredig van de visbestanden te laten profiteren. Die zogeheten relatieve stabiliteit staat een flexibel en efficiënt beheer van de gemeenschappelijk visgronden in de weg. Zo kan een individuele lidstaat de jaarlijks toegestane vangsthoeveelheid voor één specifieke vissoort alleen verhogen als de totale vangsthoeveelheid voor die vissoort naar boven wordt bijgesteld en alle lidstaten meer mogen vangen. Dat gebeurt weliswaar met regelmaat, maar heeft grote gevolgen voor het visbestand, ondanks alarmerende adviezen van wetenschappelijke visserij-instanties.
Een ander gevolg van het huidige beleid is het massaal teruggooien van ondermaatse vis, vis die te bewerkelijk is, te weinig opbrengt of vis waarvan de toegestane vangsthoeveelheid al is bereikt. Het gaat daarbij jaarlijks om honderdduizenden tonnen vis, waarvan het overgrote deel sterft. Een precieze schatting kan de Commissie overigens niet geven omdat dit soort bijvangsten niet wordt bijgehouden in de statistieken.
Het gevolg is dat inmiddels meer dan 80 procent van de visbestanden waarover informatie bestaat, in de gevarenzone verkeert. En voor ongeveer 30 procent is het al bijna te laat om hen in staat te stellen weer een gezonde populatiegrootte op te bouwen. Voor de visser heeft dat tot gevolg dat het steeds lastiger wordt om - binnen de regels - nog winstgevend te opereren. De vangsten dalen en het kost steeds meer energie om de vis op te sporen en binnen te halen.
Ondanks deze zorgelijke ontwikkelingen blijven veel lidstaten de kop in het zand steken. Een voorbeeld daarvan is de vangsthoeveelheid voor kabeljauw die in 2009 in de Noordzee mag worden gevangen. Tegen alle wetenschappelijk onderbouwde adviezen in stelde de Raad van Visserijministers de vangsthoeveelheid met maar liefst 30 procent naar boven bij vergeleken met 2008. En dat terwijl er sterke aanwijzingen zijn dat bijna 90 procent van het kabeljauwbestand nog niet in staat is geweest zich voort te planten.
Een ander aspect dat een grote rol speelt bij de ontstane situatie is de gebrekkige naleving van de regels door de vissers en de soms al even gebrekkige controle daarop door de lidstaten. De Europese Rekenkamer bracht in 2007 een vernietigend rapport uit over de controlemechanismen in zes van de belangrijkste visnaties van de Europese Unie. Vooral Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk kregen er in het rapport flink van langs.
In haar discussievoorstel probeert de Commissie een nieuwe visie op het visserijbedrijf en alles wat daarmee samenhangt te schetsen. Eigen verantwoordelijkheid van de sector, verhandelbare visserijrechten en inbedding in het veel bredere maritieme beleid voor de kustregio's vormen de belangrijkste hoekstenen van deze visie. Bij verhandelbare visserijrechten krijgen vissers recht een bepaalde hoeveelheid vis te vangen; indien ze minder vangen, kunnen ze de resterende rechten aan anderen verkopen.
Daarnaast probeert de Commissie steun te krijgen voor de gedachte om het subsidiesysteem te saneren. Bij verhandelbare visserijrechten zouden grote visbedrijven voortaan zelf moeten zien te overleven. Subsidie zou alleen zijn weggelegd voor kleine vissers en gemeenschappen die zeer afhankelijk zijn van wat de zee hen biedt. Het onlangs gepresenteerde maritieme beleid zou behulpzaam kunnen zijn bij het creëren van nieuwe vormen van werkgelegenheid ter compensatie van het inkrimpen van de visserijsector.
De Commissie wil af van het het halfslachtig optreden in de besluitvormende raden van de visserijministers. Er moet een aantal duidelijke beginselen en uitgangspunten op tafel liggen waarmee de visregio's aan de slag kunnen. Het introduceren van eigen verantwoordelijkheid, gekoppeld aan verhandelbare visrechten zal op termijn een einde maken aan de overcapaciteit, is de overtuiging van de Commissie. Maar die flexibiliteit heeft natuurlijk ook zijn grenzen en die zouden het beste kunnen worden bewaakt door uitbreiding van de bevoegdheden van de Commissie, een voorstel dat momenteel binnen de Unie zeer gevoelig ligt.
Het Europees Parlement is van mening dat de geplande hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) beter rekening moet houden met de enorme verschillen die tussen de lidstaten bestaan, bijvoorbeeld als het gaat om de vissersvloot en de visserijpraktijk. Ook de visserijregio's zouden meer verantwoordelijkheid moeten krijgen. Daarnaast moeten de problemen met betrekking tot de overcapaciteit van de vloot worden opgelost en moet het traditionele quotasysteem verbeterd worden. Het Parlement wil ook dat een sterke viskwekerijsector en een systeem voor eco-etikettering verder worden uitgebouwd. Daarom heeft het Parlement de Commissie verzocht om een radicale hervorming van het visserijbeleid. Het Parlement is van mening dat er anders helemaal geen vis of visserijsector meer overblijft om te hervormen.
De Europarlementsleden hebben aangegeven dat de hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid begin 2011 voltooid moet zijn. Dan kunnen deze hervormingen nog worden opgenomen in het financieel kader voor 2014-2020. Er moet voldoende geld beschikbaar worden gesteld, zodat de hervormingen ook werkelijk kunnen worden doorgevoerd.
Het verslag van het Parlement is een reactie op het hierboven genoemde voorstel van de Commissie, waarvan de resultaten in maart 2010 worden samengevat. Na een verdere beoordeling zal de Commissie wetgevingsvoorstellen indienen. Het Parlement en de Raad zullen hier samen over beslissen.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over het Europees visserijbeleid waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
Het moet afgelopen zijn met de bevoorrechte positie van de Europese visserijsector
De visserij-industrie genereert naar verhouding slechts een bescheiden aantal banen. Toch wordt deze sector al decennia lang de hand boven het hoofd gehouden. Dat gaat ten koste van gemeenschappelijke visbestanden die toebehoren aan alle inwoners van de Europese Unie. Het wordt tijd dat de sector wordt afgerekend op onverantwoord gedrag en gedwongen wordt zich te gedragen als een normale marktpartij met de daarbij behorende rechten en plichten.
-
Het visserijbeleid moet deel gaan uitmaken van het maritieme beleid, dat met meer belangen rekening houdt
De visserij kan niet meer los worden gezien van de verdere ontwikkeling van de Europese kustgebieden. Toerisme, aqua-cultuur, havens, windmolenparken, sportvisserij eisen allemaal hun plek op. De visserijsector moet daarom worden ingebed in een Gemeenschappelijk Maritiem Beleid, dat de strijd om de ruimte op zee in goede, ecologische verantwoorde banen leidt.
-
De visserij moet worden beschermd
De visserij is goed voor meer dan 200.000 banen in Europa. Het specifieke karakter van vissersstadjes trekt veel toeristen aan en zorgt daardoor voor extra werk. De visserij behoort bovendien tot het Europese cultuurgoed. Dat mag niet verloren gaan.
-
De inperking van visquota heeft alleen zin als dat wereldwijd gebeurt
Als Europese vissers minder mogen vangen, wordt hun plaats ingenomen door vissers uit andere werelddelen. Alleen een wereldwijde aanpak van de overbevissing is zinvol.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.
Inhoudsopgave van deze pagina:
__________
Site van Europees Parlement
Bureau Nederland & Parlementair Documentatie Centrum UL
__________


