Submenu:
Nieuws-items bij Vijftig jaar na Rome
-
18-10-2009EU zet archief online
-
02-06-2008Europees burgerforum: 'naar een solidair Europa' (en)
-
23-05-2008Den Haag herdenkt Europees festijn
-
22-05-200860e verjaardag Europees Congres in Den Haag
-
09-04-2008The EESC sails for Europe
-
26-03-2008Evenement voor jongeren over de EU: culturen overbruggen via dialoog
-
12-03-2008Europarlement viert 50e verjaardag
-
12-03-2008Toespraak premier Slovenië bij viering 50 jaar Europees Parlement (en)
-
12-03-2008Sloveense premier aanwezig bij viering 50 jaar Europees Parlement (en)
-
11-03-2008Europese vraagstukken na 50 jaar nog hetzelfde
-
10-03-2008Het Europees Parlement bestaat een halve eeuw
-
13-02-2008Publicatie van het algemene rapport over de activiteiten van de Europese Unie in 2007 (en)
-
13-12-2007Verdrag van Lissabon ondertekend
-
23-11-2007Koningin nu schrijvend op de bres voor Europa
-
12-11-2007Herdenkingsmunt voor 10 jaar euro
-
09-11-2007TV-serie 'In Europa' zondag in première
-
24-10-2007Europese Commissie steunt grote tentoonstelling over 50 jaar Europese geschiedenis
-
11-10-2007Burgers uit EU-landen discussiëren in Brussel over toekomst Unie (en)
-
18-09-2007Toespraak commissaris Hübner over de geschiedenis en toekomst van het regionaal beleid van de EU (en)
-
15-06-200750-jarig jubileum Beneluxparlement
Vijftig jaar na Rome - Hoofdinhoud
Op 25 maart 2007 is het 50 jaar geleden dat in Rome de verdragen werden getekend die de basis vormden voor wat tegenwoordig de EU heet. Een ambitieus plan van zes West-Europese landen die op die manier wilden voorkomen dat dit continent voor de derde keer in één eeuw het toneel zou worden van een verwoestende oorlog. Aldus gaven de politieke leiders van die zes landen gevolg aan het initiatief van de Franse minister Robert Schuman zeven jaar daarvoor had genomen, toen hij op 9 mei 1950 Frankrijk en Duitsland opriep hun productie van kolen en staal onder één gemeenschappelijke autoriteit te brengen. Dit initiatief mondde in 1953 uit in het EGKS-Verdrag, waarna in 1957 het EEG-Verdrag werd ondertekend in Rome.
Kijk naar EP-live: Van de Eerste wereldoorlog tot de opbouw van Europa
Het was de tijd dat de politieke leiders in Europa werden geïnspireerd door een droom, een droom die eenvoudig is samen te vatten in de woorden "nooit meer oorlog". En deze droom wilden zij werkelijkheid laten worden langs de weg van economische samenwerking. Vandaar kolen en staal. Vandaar de Europese Economische Gemeenschap. Uiteraard moesten Frankrijk en Duitsland destijds de hoeksteen van deze samenwerking vormen. Want zonder deze twee rivaliserende grootmachten zou het ideaal van "nooit meer oorlog" niet levensvatbaar zijn. Italië sloot zich aan, en ook België, Nederland en Luxemburg, die al geruime tijd als Benelux een douane-unie vormden.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Wat in de jaren na de oorlog was begonnen als een ideaal, ontwikkelde zich allengs tot een pragmatisch, economisch samenwerkingsverband: de controles aan de binnengrenzen verdwenen, de interne markt kwam tot stand in de jaren '80 en de euro werd in een groot deel van de EU-landen geïntroduceerd als gemeenschappelijk betaalmiddel. En niet onbelangrijk: de EU breidde zich uit, met het Verenigd Koninkrijk bij voorbeeld in 1973, met Spanje en Portugal in 1986 en - last but not least - tien landen die we vroeger tot het Oostblok rekenden. De EU bestaat op dit moment uit 27 landen en is met zo'n 500 miljoen inwoners het grootste economische blok in de wereld.
En inderdaad, 50 jaar na de oprichting van de EEG leven we in dit deel van de wereld in relatieve stabiliteit, een derde wereldoorlog bleef uit en economisch ontwikkelden de lidstaten zich in dit klimaat zeer voortvarend. Nederland, en juist een land als Nederland met zijn op de buitenlandse handel georiënteerde economie, had veel baat bij de Europese samenwerking. Hoewel het moeilijk te becijferen valt hoe ons land ervoor had gestaan wanneer het niet de vruchten van Europese samenwerking had geplukt, mogen we er zonder enige twijfel van uitgaan dat we een niet onbelangrijk deel van onze welvaart te danken hebben aan ons EU-lidmaatschap.
Maar met de ontwikkeling van de EU als economisch samenwerkingsverband raakte ook het oorspronkelijke ideaal van de grondleggers steeds verder op de achtergrond. Steeds meer wordt het middel- economische samenwerking- aangezien voor het doel van Europese integratie, zeker door de generatie die is opgegroeid in een klimaat van politieke stabiliteit waarin het ideaal van "nooit meer oorlog" steeds minder tot de verbeelding spreekt.
Intussen is het proces van Europese integratie zo ver voortgeschreden dat we hier en daar scepsis en weerzien zien opduiken. Aan het begin van de jaren '90 was dat duidelijk voelbaar in Denemarken toen de bevolking daar bij referendum in eerste instantie tegen het Verdrag van Maastricht stemde. Angst voor verlies van eigenheid en soevereiniteit liggen als regel aan de basis van dergelijke anti-reflexen. Nu de EU zo ver is doorgedrongen in ons dagelijks leven, beginnen veel burgers zich af te vragen wat er nog over blijft van hun nationale identiteit en soevereiniteit. Het "nee" dat bij het referendum in Frankrijk en Nederland werd uitgesproken tegen de Europese Grondwet, spreekt in dat verband boekdelen: twee van de landen die 50 jaar geleden het Europese ideaal vorm gaven, tonen nu openlijk hun aarzelingen tegen verdere samenwerking.
Heeft het proces van Europese integratie inmiddels zijn bovengrens bereikt? Of maakt Europa 50 jaar na de oprichting even pas op de plaats, zoals dat in het verleden wel vaker het geval is geweest? Het zou te ver voeren om van een crisis in de Europese samenwerking te spreken. Trouwens, het woord "crisis" wordt wel erg snel in de mond genomen als het om Europese politiek gaat. Misschien is het beter om te spreken van een periode van "bezinning" waarin we ons de vraag stellen waar we staan en of we op de ingeslagen weg verder willen. En als we verder willen, in welke richting en in welk tempo.
Het nieuwe kabinet staat ondertussen voor de taak om inhoud te geven aan deze bezinning. Balkenende IV kiest voor een "actieve internationale en Europese rol" en "zet zich in voor een sterk draagvlak voor de Europese samenwerking, in dialoog met de burgers." Blijkens het regeerakkoord zal er ten aanzien van de Europese grondwet worden gestreefd naar een wijziging van de bestaande verdragen die zich naar inhoud, omvang en benaming overtuigend onderscheidt van het eerder verworpen "grondwettelijk verdrag".
En aldus speelt Nederland, samen met Frankrijk, 50 jaar na dato weer een sleutelrol in de verdere vormgeving van de Europese samenwerking. Geen eenvoudige rol, overigens. Want enerzijds weet Nederland zich gebonden aan de Europese partners die wel hebben ingestemd met de Grondwet, anderzijds stelt de uitslag van het referendum duidelijke beperkingen aan de manoeuvreerruimte waarover ons land aan de onderhandelingstafel beschikt.
Inhoudsopgave van deze pagina:
__________
Site van Europees Parlement
Bureau Nederland & Parlementair Documentatie Centrum UL
__________


