Europese aanpak klimaatverandering - Europa NU

Europa NU
logo Europees Parlement

bij Europese aanpak klimaatverandering

Een enorme rookpluim uit een schoorsteen

De Europese regeringsleiders hebben in maart 2007 afgesproken dat de uitstoot van het broeikasgas CO2 in 2020 met 20 procent moet zijn verminderd. Tijdens de Europese Raad van december 2008 hebben zij een uitgebreid pakket van maatregelen (het 'klimaatpakket') vastgesteld om de doelstellingen te kunnen behalen.

De onderhandelingen waren niet gemakkelijk. Er stonden grote belangen op het spel en ook de financiële crisis zorgde ervoor dat er stevig onderhandeld werd door de lidstaten om de kosten voor de klimaatmaatregelen zo laag mogelijk te houden. Het klimaatpakket is uiteindelijk een ingewikkeld compromis geworden waarin voor bepaalde landen en industrieën uitzonderingsposities zijn opgenomen. De oorspronkelijke doelstelling van 20 procent minder uitstoot is echter wel overeind gebleven. Naast deze doelstelling zijn ook de andere doelstellingen die in maart 2007 zijn afgesproken, gehandhaafd.

De volgende drie doelstellingen voor 2020 (vergeleken met 1990) waren al in maart 2007 overeengekomen:

  • 20% vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (dit kan oplopen tot 30% wanneer er een internationaal klimaatakkoord wordt gesloten)
  • 20% minder energieverbruik
  • 20% van het totale energiegebruik moet afkomstig zijn uit hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie

Bovendien moet in 2020 10% van de totale behoefte aan brandstoffen in de vervoerssector gedekt worden door biobrandstof. Het doel van deze afspraken is de gemiddelde, wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot minder dan 2°C: het niveau van vóór de opkomst van de industrie. Aan bovenstaande doelstellingen is dus vastgehouden in de onderhandelingen voor het nieuwe klimaatpakket.

De EU heeft aangegeven haar doelstelling van 20% vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te verhogen naar 30% als er een internationaal klimaatakkoord zou worden bereikt tijdens de klimaattop in Kopenhagen, die in december 2009 plaats vond. Uit deze top is echter geen bindend akkoord naar voren gekomen. De Europese milieuministers hebben na de afloop van de klimaatconferentie aangeven dat de milieuambities van de EU desalniettemin onveranderd blijven. De EU blijft bij haar doelstelling van 30 procent op voorwaarde dat andere grote industrielanden ook meedoen. De EU heeft deze doelstellingen inmiddels officieel bij het secretariaat van het klimaatakkoord kenbaar gemaakt. Ook heeft de EU laten weten zo snel mogelijk de onderhandelingen voor een juridisch bindend akkoord te willen voortzetten.

1.

Klimaatverandering

De aarde wordt verwarmd door de zon. Een gedeelte van de zonnestraling wordt terug de ruimte in gekaatst, een ander deel verwarmt de aarde. In de lucht komen gassen voor, zoals waterdamp en CO2. Die zorgen ervoor dat de warmte die de aarde uitstraalt, gedeeltelijk wordt teruggekaatst: deze gassen leggen een soort 'warme deken' om de aarde. Dit noemt men het natuurlijke broeikaseffect. Zonder dit broeikaseffect zou de gemiddelde temperatuur op aarde -18 graden Celsius zijn, in plaats van de huidige +15 graden. Maar door menselijke activiteiten komen extra grote hoeveelheden broeikasgassen in de dampkring. Daardoor wordt het broeikaseffect behoorlijk versterkt, en stijgt de temperatuur op aarde heel langzaam. Dit wordt klimaatverandering genoemd.

Een van de belangrijkste stoffen die bijdragen aan de klimaatverandering is CO2. Het ontstaat onder andere bij de verbranding van brandstoffen als aardolie, kolen en aardgas. Zo stoten energiecentrales, auto's en machines CO2 uit. Het gebruik van energie voor verlichting, apparaten als tv's en computers en door auto's, neemt toe. Daardoor komt extra CO2 in de lucht terecht, wordt er minder warmte door de aarde teruggekaatst en stijgt de temperatuur. Door deze klimaatverandering smelten onder andere gletsjers en het ijs bij de Noord- en Zuidpool, waardoor de zeespiegel stijgt. Verwacht wordt dat door de klimaatverandering meer overstromingen, zware stormen en hevige buien zullen voorkomen. Maar op veel andere plaatsen kan juist extra droogte optreden. Al deze weerverschijnselen kunnen invloed hebben op de natuur, landbouw en voedselproductie.  

Het klimaat is een zeer ingewikkeld systeem, daardoor is het erg moeilijk om de invloed van de mens op het klimaat voor 100% te bewijzen of te voorspellen. Maar de meeste wetenschappers zijn het erover eens dat er sprake is van klimaatverandering, veroorzaakt door de mens. Feit is dat de gemiddelde temperatuur op veel plekken stijgt. Bijna alle jaren na 1998 behoren tot de tien warmste jaren sinds 1850.

2.

Wat is concreet afgesproken?

De Europese leiders hebben de volgende afspraken gemaakt: 

20 procent minder CO2-uitstoot

Vanaf 2013 moeten sommige bedrijven die CO2 uitstoten daarvoor gaan betalen door het kopen van zogenaamde emissierechten: rechten om CO2 uit te stoten. Voor deze rechten moet in principe worden betaald; dit wordt het veilen van emissierechten genoemd. Het oorspronkelijk doel was dat alle bedrijven, dus ook de industrie, zouden moeten gaan betalen voor hun uitstoot doordat alle emissierechten zouden worden geveild. Onder druk van met name Duitsland en Italië wordt de (zware) industrie nu ontzien. Deze landen vreesden dat de klimaatmaatregelen nadelig zou zijn voor hun concurrentiepositie: doordat Europese bedrijven extra geld moeten betalen voor emissierechten, zijn landen waar het uitstoten van CO2 niets kost in het voordeel.

Afgesproken is dat deze bedrijfstak pas in 2025 moet gaan betalen voor alle uitstoot van CO2. In 2013 wordt nog maar 1/5 van de emissierechten geveild, dit zal stapsgewijs oplopen tot alle rechten in 2025. Op basis van wat nu is afgesproken zullen in 2013 waarschijnlijk 80 procent van de bedrijven in de industrie gratis emissierechten krijgen. Dat zij deze rechten gratis krijgen betekent echter niet dat het hun niets kost om te vervuilen. Ze krijgen alleen die rechten die ze nodig hebben als ze gebruik maken van de 'schoonst beschikbare technologie' in hun sector. Als bedrijven meer uitstoten, zullen ze daarvoor alsnog moeten betalen.

Energiebedrijven in de meeste landen moeten wel al vanaf 2013 gaan betalen voor hun uitstoot. Maar voor een aantal nieuwe Oost-Europese lidstaten geldt een uitzondering. Deze landen hebben nog veel oude energiecentrales die gebruik maken van kolen, en die daardoor veel CO2 uitstoten. Zij hoeven pas in 2020 te gaan betalen voor deze uitstoot.

De opvang en opslag van CO2 verder uitgebreid. Er komt een budget van ruim €300 miljoen beschikbaar voor 12 commerciële proefprojecten en voor innovatieve duurzame energieprojecten.

In Kopenhagen vinden in december de onderhandelingen plaats die moeten gaan leiden tot een opvolger van het Kyoto-protocol waarvan de afspraken in 2012 aflopen. De Europese Raad heeft toegezegd dat de vermindering van de uitstoot van CO2 kan oplopen tot 30 procent als de rest van de wereld, en in het bijzonder de Verenigde Staten, ook besluit mee te doen met de emissiehandel. Deze doelstelling is na de Klimaattop van Kopenhagen bevestigd.

Verder stelt de Europese Commissie voor dat rijke landen ontwikkelingslanden helpen met de kosten van belangrijke CO2-besparingen. Voorwaarde is echter dat ontwikkelingslanden dan stoppen met het kappen van oerwouden.

Een van de concrete maatregelen die de Commissie heeft genomen om de toegezegde vermindering van de CO2 uitstoot te bereiken is het aan banden leggen van de verkoop van vervuilende bestelwagens en busjes. In 2016 zal deze maatregel van kracht worden. De gemiddelde uitstoot van deze busjes mag dan maximaal 175 gram per kilometer bedragen. In 2020 wordt dat 135 gram. Autofabrikanten die deze normen overschrijden krijgen een boete per verkocht exemplaar.

20 procent minder energieverbruik

Deze norm van 20 procent minder energieverbruik moet onder meer worden bereikt door nog zuinigere elektronische apparaten en auto's die minder brandstof verbruiken. Ook is het de bedoeling dat op den duur gloeilampen verboden worden.

20 procent van het totale energiegebruik moet afkomstig zijn uit hernieuwbare energie

In 2020 moet 20 procent van het Europese energiegebruik uit hernieuwbare energiebronnen komen, zoals wind- en zonne-energie. Er zijn juridisch bindende doelen afgesproken voor iedere lidstaat. Voor Nederland geldt dat het aandeel energie gewonnen uit hernieuwbare energiebronnen omhoog moet naar 14 procent in 2020. In 2005 bedroeg dit aandeel in Nederland nog maar 2,5 procent.

In iedere lidstaat moet in 2020 10 procent van de verkeersbrandstof uit hernieuwbare bronnen komen. Er zijn afspraken gemaakt zodat alleen biobrandstoffen gebruikt worden die geen andere negatieve invloed hebben op het milieu. Dit moet ook het gebruik van elektronische auto's stimuleren. Verder is afgesproken dat nieuwe auto's zuiniger moeten worden. Autofabrikanten worden daarom gedwongen energiezuiniger auto's te maken. Indien zij dit niet doen, riskeren zij een boete van de Europese Commissie.

De gemaakte afspraken tijdens de Europese Raad van december 2008 volgen op de eerder gemaakte afspraken in maart 2007 en het door de Europese Commissie gepresenteerde klimaat-en energiepakket van 23 januari 2008.  Het in januari bereikte akkoord was in feite een afspraak die door de Europese regeringsleiders verder uitgewerkt moest worden. Dat is gebeurd op de Europese Raad in december 2008. Het Europees Parlement heeft vervolgens via een speciale versnelde procedure, waarbij zij slechts de mogelijkheid had om 'ja' of 'nee' te stemmen, met een ruime meerderheid ingestemd met de nieuwe maatregelen die het klimaat- en energiepakket verder concreet maken. Daardoor wordt het klimaat- en energiepakket in 2013 van kracht.

Het pakket bestaat uit de volgende zes concrete maatregelen:

  • 1. 
    Herziening van de handel in emissierechten (ETS - zie hieronder), waarbij de regels voor minder CO2-uitstoot zullen gaan gelden
  • 2. 
    Het opstellen van nationale doelstellingen om een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 10% te bereiken in sectoren die buiten het emissiehandels-systeem vallen (o.m. transport, landbouw en afvalverwerking)
  • 3. 
    Minder broeikasgassen uit transportbrandstoffen
  • 4. 
    Nieuwe regels die de opvang en opslag van CO2 bevorderen
  • 5. 
    20 procent hernieuwbare energie in de totale EU-energieconsumptie, waarbij de doelstellingen per lidstaat bepaald zullen worden
  • 6. 
    Vermindering van CO2-uitstoot van nieuwe auto's

Bij het vaststellen van de specifieke doelstellingen van het klimaat- en energiepakket per lidstaat is uitgegaan van het principe 'de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten'. Voor Nederland komen de doelstellingen neer op een reductie van 15 % van de uitstoot van broeikasgassen, en een percentage van 14% hernieuwbare energie op het totale energieverbruik.

Emissiehandelssysteem (ETS)

Dit systeem bevoordeelt schone industrieën en ondernemingen die investeren in schone technologieën en projecten elders in Europa of de wereld. Het principe is als volgt: bedrijven krijgen een bepaalde hoeveelheid rechten om te vervuilen toegekend. Als ze minder vervuilen dan is toegestaan, houden ze emissierechten over. Vervuilende fabrieken die hun uitstoot van broeikasgassen niet verminderen, zien zich in dit systeem gedwongen voor veel geld emissierechten over te nemen van 'schone ondernemingen' om door te kunnen produceren. Doordat vervuiling geld gaat kosten, kan het goedkoper en dus aantrekkelijker worden om 'schoon' te produceren.

3.

CO2-opvang en opslag

Om CO2-emissies wereldwijd terug te dringen en de Europese doelstellingen te halen, moet volgens de EU gebruik worden gemaakt van opvang en opslag van CO2 (carbon capture and storage - CCS) . Met dit proces wordt CO2 opgevangen, via buizen vervoerd en diep onder de grond opgeslagen. Dit betekent dat de CO2 voor onbeperkte duur opgeslagen is en daardoor niet bijdraagt aan de klimaatverandering. In het kader van het EU-emissiehandelssysteem zal CO2 dat wordt opgevangen en opgeslagen als 'niet-uitgestoten' worden beschouwd. De EU hoopt dat deze aanpak stimulerend zal werken voor de brede invoering van CO2-opvang en -opslag. Verwacht wordt dat CO2-opvang en -opslag in 2030 goed is voor 15 procent van de in Europa benodigde emissiereductie.  

4.

Uitgangspunten van het klimaatpakket

Het pakket is ontwikkeld aan de hand van vijf uitgangspunten:

  • 1. 
    Respect voor de doelstellingen, de gemaakte afspraken moeten ook daadwerkelijk worden nagekomen
  • 2. 
    Erkenning van de verschillende uitgangsposities en verschillende investeringsmogelijkheden van de afzonderlijke lidstaten
  • 3. 
    Aandacht voor de economische gevolgen die de maatregelen hebben en voorkomen dat de concurrentiepositie van Europese bedrijven slechter wordt vergeleken met bedrijven in andere landen
  • 4. 
    De doelstelling van een internationaal klimaatakkoord niet uit het oog verliezen
  • 5. 
    De noodzaak om nu al naar de langeretermijndoelstelling van 50% reductie van broeikasgasuitstoot in 2050 te streven

5.

Kansen

In de eerste plaats leveren de plannen uiteraard een schoner milieu en een concrete aanpak van de klimaatverandering op. Daarnaast biedt het klimaat- en energiepakket Europa de kans zichzelf als goed voorbeeld te laten zien, en een leidende rol te nemen in het internationale klimaatdebat. De hoofddoelstelling is het bereiken van een ambitieus wereldwijd klimaatakkoord, waarbij de doelstelling een reductie van 30% van de uitstoot van broeikasgassen zal zijn. Door het goede voorbeeld te geven kan Europa de rest van wereld hierin de weg wijzen. De afspraken over de klimaatmaatregelen zullen de Europese Unie een goede onderhandelingspositie geven op de komende internationale klimaatonderhandelingen in Kopenhagen (eind 2009) waar zal worden onderhandeld over een opvolger van het Kyoto-protocol dat in 2012 afloopt.

Commissievoorzitter José Manuel Barroso  gaf na goedkeuring door het Europees Parlement van het klimaatpakket aan dat het pakket aan maatregelen onderdeel vormt van de oplossing van zowel de klimaatcrisis, als de huidige financiële en economische crisis. Het ingrijpende pakket aan klimaatafspraken zal gunstig zijn voor de concurrentiepositie van de EU als ook andere landen in de wereld strenge regels opstellen over de uitstoot van broeikasgassen. De ontwikkeling naar een economie die gebaseerd is op een beperkte uitstoot van broeikasgassen zal nieuwe uitvindingen stimuleren. Dat leidt tot nieuwe kansen voor het bedrijfsleven en het creëren van nieuwe 'groene' werkgelegenheid. De Europese Commissie verwacht bijvoorbeeld dat hernieuwbare energie in 2020 1 miljoen banen zal opleveren.

6.

Kosten

De kosten van bovenstaande maatregelen zullen op 0,5% van het Europese Bruto Nationaal Product uitkomen. Dit komt neer op 3 euro per week per Europese burger. In een rapport van de Britse onderzoeker Stern wordt uitgegaan van een prijskaartje dat tien maal zo hoog zal zijn wanneer de klimaatverandering niet wordt aangepakt.

7.

Voorlopige resultaten

Uit gegevens van het Europees Milieuagentschap blijkt dat veel lidstaten in 2006 vooruitgang hebben geboekt met het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. De emissies van de EU-15 landen (de landen die al langer lid zijn van de EU) zijn met 0,8 % gedaald ten opzichte van het jaar 2005. Dat is tot 2,7 % onder het niveau van het referentiejaar (voor de meeste landen is dat het jaar 1990).

De emissies voor de EU-27 zijn met 0,3 % gedaald en liggen nu 10,8% onder het niveau van het referentiejaar. Uit deze cijfers valt af te leiden dat de daling van de emissies voornamelijk komt door dalingen van de uitstoot in de landbouwsector en de afvalsector. De uitstoot in de energiesector is de laatste jaren gestabiliseerd. De vervoerssector laat daarentegen een aanhoudende stijging van uitstoot zien. In december 2008 werd een voorlopig akkoord bereikt over het zuiniger en milieuvriendelijker maken van nieuwe auto's die vanaf 2012 op de markt komen.

Het jaarlijkse voortgangsverslag van de Europese Commissie, gepubliceerd in oktober 2008, stelt dat de lidstaten goede vooruitgang boeken bij hun inspanningen om te voldoen aan hun afzonderlijke doelstellingen volgens de binnen de EU-afgesproken lastenverdeling. Hierdoor liggen de meeste lidstaten dan ook op schema om de Kyoto-doelstellingen in 2012 te halen.

8.

Reacties op het klimaat- en energiepakket van december 2008

PvdA-Europarlementariër Dorette Corbey is tevreden dat de oliemaatschappijen 10 procent minder CO2 mogen veroorzaken per liter benzine of diesel. Corbey, die namens het Europees Parlement de onderhandelingen over deze richtlijn voerde, verwacht daarom meer biobrandstoffen en meer elektrische auto's.

CDA'er Lambert van Nistelrooij beloont de afspraken met het cijfer acht. Volgens hem bieden ze een goed uitgangspunt voor onderhandelingen volgend jaar tijdens een internationale klimaattop in Kopenhagen. ,,We zijn erin geslaagd de tanker 10 procent te laten draaien. Dat is een hele prestatie'', aldus het EP-lid.

GroenLinks is daarentegen teleurgesteld. Het heeft maar drie van de zes milieuwetten die samen het klimaatpakket vormen, gesteund. De rest schoot serieus tekort om de Europese economie om te vormen tot een minder vervuilende, aldus het EP-lid Kathalijne Buitenweg.

Eurocommissaris Stavros Dimas  van milieu was erg blij met het pakket aan concrete maatregelen die het mogelijk maken de doelstelling van 20 procent minder uitstoot in 2020 te halen. Het laat volgens hem ook goed de betrokkenheid van de EU zien bij het tegengaan van klimaatverandering. Het zal daarbij ook andere landen aanzetten dit goede voorbeeld te volgen.

Eurocommissaris Piebalgs van energie was ook erg tevreden met de uitkomst. Volgens hem is de EU nu goed op weg naar een economie gebaseerd op een lage CO2-uitstoot waarin duurzame energie een belangrijke rol speelt.

Milieuorganisaties reageerden niet positief op het nieuwe klimaat- en energiepakket.  Zij vinden dat de regeringleiders het plan hebben uitgekleed. 'Een zwarte dag voor het klimaat' aldus WNF, OXFAM, en Greenpeace. Greenpeace verwijt het Europees Parlement dat het geen lef had om de maatregelen te verscherpen. ' Het pakket maatregelen is nog niet de helft van wat nodig is in de strijd tegen klimaatverandering, zei campagnedirecteur Joris den Blanken van Greenpeace. Het WNF vindt de besluiten niet bepaald de revolutie die was verwacht. Een groot deel van de CO2-maatregelen mag worden uitgevoerd in projecten ver buiten de EU, verwijt WNF-specialist Delia Villagrasa.

9.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de nieuwe regelgeving voor bestrijdingsmiddelen, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

10.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

11.

Meer informatie

 
Stuur door