Mislukken van de WHO-onderhandelingen - Europa NU

Europa NU
logo Europees Parlement

bij Mislukken van de ...

Om hun economie en werkgelegenheid te beschermen, houden veel landen in de wereld kunstmatige handelsbarrières in stand. Dat gebeurt op verschillende manieren:

  • Buitenlandse producenten moeten een heffing betalen als ze producten willen invoeren, bijvoorbeeld in de Europese Unie. Daardoor stijgt de prijs van die producten, en kunnen de dure producten van de EU op de Europese markt beter concurreren met producten van buitenaf. 
  • Producten uit eigen land (of uit de EU) worden gesubsidieerd. Hierdoor kunnen ze voor een goedkopere prijs worden verkocht, zodat ze beter kunnen concurreren met producten op markten buiten de EU.

Door deze barrières hebben ontwikkelingslanden vaak minder kans om hun export te vergroten en hun economie te verbeteren. Maar uiteraard maakt niet alleen de EU zich schuldig aan dit soort handelsverstorende maatregelen; ook andere landen proberen hun eigen producten te bevoordelen door subsidies, of producten van buiten te weren door middel van heffingen.

Voorbeeld: volgens de EU kunnen fabrieken in China en Vietnam extra goedkoop schoenen produceren omdat ze voordelige leningen kunnen krijgen en weinig belasting hoeven te betalen. De Europese schoenenproducenten krijgen geen overheidssteun waardoor hun schoenen duurder zijn; ze kunnen moeilijk concurreren met de goedkope Aziatische schoenen. De EU besloot daarom in oktober 2006 een heffing in te voeren op schoenen uit China en Vietnam. Die worden daardoor duurder. Het prijsverschil met Europese schoenen neemt af (of verdwijnt), waardoor Europese schoenfabrikanten hun producten beter kunnen verkopen.

Binnen de Wereldhandelsorganisatie  (WHO) onderhandelen 149 landen over het steeds verder openstellen van elkaars markten. Het plotseling openstellen van een markt kan als gevolg hebben dat een industrie niet meer kan concurreren met de toestroom van goedkopere buitenlandse producten of diensten. Veel rijkere handelsblokken (zoals de EU) zijn daarom voor een geleidelijke openstelling van de markten. Hiermee geven ze hun eigen industrie de gelegenheid af te bouwen en om te schakelen naar de nieuwe situatie, terwijl ze de armere landen ook steeds meer kansen geven om deel te nemen aan de wereldhandel.

Op 27 juli 2006 besloten de leden van de WHO om de huidige onderhandelingsronde (Doha-ronde genaamd) na jaren te staken. Vanwege het ontbreken van concessies over en weer konden de partijen het niet eens worden over het afbouwen van landbouwsubsidies en -heffingen door de EU en de VS, en over het openstellen van de markten van ontwikkelingslanden voor industriële goederen uit de rijkere landen.

Op 7 februari 2007 heropende de voorzitter van de WHO, Pascal Lamy, de formele onderhandelingen. Op 29 juli 2008 liepen de onderhandelingen echter weer vast. Breekpunt was deze keer een beschermingsconstructie die ontwikkelingslanden willen gebruiken om snel stijgende importen van landbouwproducten aan banden te kunnen leggen. India wilde dat ontwikkelingslanden daar snel gebruik van kunnen maken, terwijl de VS moeite hebben met zo'n importbeperking.

Wanneer de onderhandelingen weer worden hervat, is onduidelijk.

1.

De oorzaken van de mislukking

Na het opschorten van de onderhandelingen verwijten de verschillende partijen elkaar een rigide houding. De EU en de VS vinden van elkaar dat ze alleen maar concessies vragen ten aanzien van de landbouwsubsidies en -heffingen, en niet bereid zijn om de andere partijen tegemoet te komen. Australië vindt dat de voorgestelde verlagingen van importheffingen van de EU mager zijn, omdat de huidige tarieven exorbitant hoog zouden zijn. De internationale hulporganisatie Oxfam verwijt zowel de EU als de VS een gebrekkige bereidheid om concessies te doen.

2.

De gevolgen voor de wereldhandel

Als de onderhandelingen waren geslaagd, dan had de EU een aantal voordelen gehad, zoals betere toegang voor industriële producten tot derdewereldlanden, vereenvoudiging van douaneprocedures en transparantie van regionale handelsovereenkomsten.

Door het mislukken van de onderhandelingen worden eerdere successen in de onderhandelingen tenietgedaan:

  • producten uit de minst ontwikkelde gebieden krijgen nu toch geen gemakkelijker toegang tot de rijkere landen
  • exportsubsidies, die in 2013 afgeschaft zouden moeten zijn, blijven (langer) bestaan
  • subsidieregelingen in de katoensector worden nu niet afgeschaft

Binnen de Europese Unie zijn in de afgelopen jaren overigens al veel landbouwsubsidies afgeschaft, maar voor enkele producten, zoals katoen en suiker, bestaan ze nog.

3.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf  Uw reactie geven.

  • De VS had meer concessies moeten doen om de onderhandelingen te laten slagen

    De laatste jaren is de VS steeds meer gaan uitgeven aan exportsubsidies voor landbouw. De EU daarentegen heeft de laatste jaren voor veel agrarische producten de subsidies afgeschaft en vervangen door een inkomensregeling voor boeren. Het laatste bod van de VS voor subsidieverlaging zou als resultaat hebben gehad dat deze subsidies alsnog hoger zouden zijn dan de afgesproken maximale subsidies in 2001. De EU stelt dat de VS zijn agrarische markt dus verder afsluit, in plaats van hem te openen.

  • Het openstellen van de wereldhandel moet geleidelijker gebeuren

    Het geven van vrije toegang tot elkaars markten zorgt ervoor dat er gemakkelijker handel kan worden gedreven en dat er meer concurrentie komt. Dit leidt in de regel tot meer welvaart. De interne markt van de EU is daar een bewijs van. De grootste handelsblokken, inclusief de EU, en veel ontwikkelingslanden hebben echter nog een subsidie- of heffingensysteem voor producten en diensten om hun industrie of economie te beschermen. Als deze systemen worden afgeschaft, dan zal de concurrentie wereldwijd toenemen.

  • Een vrije wereldhandel betekent dat ook de derdewereldlanden hun markten open moeten stellen

    Derdewereldlanden hebben vaak hoge importheffingen op industriële goederen en diensten uit de rijke westerse landen. De reden daarvoor is niet alleen het beschermen van hun eigen industrie, maar ook om hun lage nationale inkomen aan te vullen met de inkomsten uit die heffingen. De EU is het in de onderhandelingen niet eens geworden met de ontwikkelingslanden over de afschaffing van invoerheffingen aan beide zijden.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

4.

Meer informatie

Stuur door