Submenu:
Nieuws-items bij Referendum over EU-grondwet in ...
-
17-09-2007Regering worstelt met besluit over referendum (en)
-
08-02-2006"Politieke partijen kregen ten onrechte subsidie voor referendumcampagne"
-
14-09-2005Referendumcommissie trekt lessen uit verloop Nederlands referendum
-
05-07-2005"Kabinet leverde belangrijke bijdrage aan mislukking 'ja'-campagne"
-
16-06-2005Nipo inventariseert redenen voor Nederlands 'nee'
-
10-06-2005Tweede Kamer wenst invoering staatkundig instrument uit EU-grondwet in Nederland
-
08-06-2005Kiesraad maakt definitieve uitslag referendum bekend
-
02-06-2005Vernederende stemming tegen EU-grondwet blijft Tweede Kamer bespaard
-
02-06-2005Welke gemeenten stemden voor en welke tegen
-
02-06-2005Referendum: 61,6 procent Nederlandse kiezers stemt tegen
-
01-06-2005Lubbers verwijt zichzelf Europa niet goed te hebben uitgelegd
-
31-05-2005Scholieren in meerderheid tegen de Europese Grondwet
-
31-05-2005Laatste peilingen wijzen op grote overwinning tegenstanders
-
30-05-2005Hoofdredacties Nederlandse dagbladen spreken zich uit voor een 'ja'
-
27-05-2005VVD neemt referendumuitslag waarschijnlijk over
-
27-05-2005Willem-Alexander overweegt gang naar de stembus
-
26-05-2005Zware kritiek Wouter Bos op campagne van Jan Marijnissen
-
26-05-2005Joop van den Ende en Reinout Oerlemans op de bres voor de grondwet
-
26-05-2005Bolkestein: "Geen Europese crisis als de grondwet zinkt"
-
25-05-2005Voorzitter Europees Parlement: "Met Grondwet is EU beter opgewassen tegen China en VS"
Referendum over EU-grondwet in Nederland - Hoofdinhoud
Het Nederlandse electoraat heeft zich op woensdag 1 juni 2005 uitgesproken over de Europese Grondwet via een referendum. Een ruime meerderheid van 61,5 procent sprak zich uit tegen de Europese Grondwet, terwijl 38,5 procent voor stemde. De opkomst bedroeg 63,3 procent.
Het referendum betekende voor Nederland een politiek novum: nog niet eerder was dit instrument op nationaal niveau ingezet.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Nadat zowel het Franse als het Nederlandse referendum was uitgedraaid op een 'nee', bespraken Europese leiders op 16 juni 2005 de toekomst van de Europese Grondwet. Besloten werd om de deadline voor goedkeuring van het verdrag voor onbepaalde tijd op te schorten.
Alle lidstaten van de Europese Unie moeten de Europese Grondwet goedkeuren voordat het verdrag in werking kan treden. De Europese Grondwet had hiervoor 1 november 2006 als streefdatum vastgesteld (artikel IV-447). Door de Frans-Nederlandse afwijzing is deze datum onhaalbaar. Naar verwachting zit de discussie rond verdragshervorming op slot tot na de algemene verkiezingen in Nederland (november 2006) en de Franse presidentsverkiezingen (mei 2007). Het Europees Parlement pleitte in januari 2006 voor een heropening van de discussie over een nieuw verdrag. Deze discussie zou moeten plaatsvinden in 2007 en 2008. Ook tussen de verschillende Europese hoofdsteden vindt overleg plaats om de patstelling te doorbreken.
In het voorjaar van 2006 vergaderden de Europese leiders opnieuw om te zien of de Europese Grondwet nog een toekomst heeft. In Nederland opende het ministerie van Buitenlandse Zaken een website (Nederland in Europa.nl) om de mening van Nederlanders over de toekomst van Europa te peilen (maart-mei 2006).
Op 1 juni 2005 brachten 7,7 miljoen Nederlanders hun stem uit. Het totaal aantal kiesgerechtigden was 12,1 miljoen. De opkomst was 63,3 procent.
De officiële uitslag:
stemmen |
aantal stemmen |
percentage |
|---|---|---|
voor |
2.940.730 |
38,46% |
tegen |
4.705.685 |
61,54% |
blanco/ongeldig |
58.781 |
(0,76% van het totaal) |
|
7.705.196 |
|
De Nederlandse regering was vóór de Europese Grondwet. Dit kreeg zijn beslag op 29 oktober 2004, toen premier Jan Peter Balkenende zijn handtekening zette onder de Europese Grondwet tijdens een ceremonie in Rome. Op basis hiervan stuurde de regering op 15 maart 2005 een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer, waarin het parlement geadviseerd werd om in te stemmen met de Europese Grondwet. Als de referendumuitslag positief was geweest, hadden de Tweede en Eerste Kamer hoogstwaarschijnlijk ingestemd met dit wetsvoorstel.
Wat gebeurt er met de referendumuitslag?
Voordat het Nederlandse parlement kon stemmen over dit wetsvoorstel, wachtte het eerst de uitslag van het referendum af dat op 1 juni 2005 plaatsvond. Tijdens het referendum stemde 61,5 procent van de kiezers tegen. Omdat het referendum slechts raadplegend was, had het parlement formeel kunnen besluiten om het advies van de Nederlandse kiezers te negeren.
Alle grote partijen hadden echter al gezegd dat zij bereid waren 'nee' te stemmen, als de uitslag van het referendum ondubbelzinnig 'nee' zou zijn. Het CDA en de PvdA maakten hierbij een voorbehoud voor wat betreft de opkomst. Als de opkomst van het referendum 30 procent of minder bedroeg, voelden zij zich niet gebonden aan de uitslag. De opkomst bedroeg echter 63,3 procent.
Nadat het referendum was uitgedraaid op een ondubbelzinnig 'nee', kondigde premier Balkenende op 2 juni 2005 aan dat de regering het wetsvoorstel introk. Op deze wijze voorkwam Balkenende dat een overgrote meerderheid van de Tweede Kamer zichzelf moest vernederen door tegen de Europese Grondwet te stemmen, terwijl het eigenlijk vóór het verdrag was.
Organisatie van het referendum
De organisatie van het referendum berustte bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Een onafhankelijke referendumcommissie stelde de referendumvraag en -datum vast, en besliste over de verdeling van subsidiegelden. Ook was deze commissie verantwoordelijk voor een samenvatting van de Europese Grondwet, die alle Nederlanders op 23 april 2005 in de bus hebben gekregen.
De referendumcommissie is op 8 februari 2005 benoemd door de Tweede Kamer. Het ministerie van Binnenlandse Zaken leverde ambtelijke en secretariële ondersteuning.
De eerste peilingen over de Europese Grondwet zijn gehouden in juni 2003. Maurice de Hond en Intomart meldden dat er een grote steun bestond voor het plan een referendum te houden. Slechts weinig mensen spraken zich uit over de Europese Grondwet zelf, omdat de mensen er te weinig van wisten.
In 2005 werden de opiniepeilingen frequenter gehouden. In januari 2005 registreerde Maurice de Hond dat 44 procent van de respondenten zich zeker voornam te gaan stemmen tijdens het referendum, terwijl 38 procent dit niet uitsloot. Het aantal zwevende kiezers was nog hoog: De Hond meldde dat 35 procent nog niet wist wat ze zouden stemmen. De tegenstanders hadden volgens De Hond een lichte voorsprong: 31 procent voor, 34 procent tegen.
Gedurende de maanden erna veranderde dit beeld niet wezenlijk. Bij een opkomst van 30 tot 35 procent voorspelde De Hond in april 2005 een nipte meerderheid voor het 'nee' (voorstanders zouden 47 tot 49 procent van de stemmen behalen, tegenstanders 51 tot 53 procent). In de april 2005-peiling van TNS Nipo zei 22 procent van de respondenten voor te stemmen, 24 procent tegen, terwijl 48 procent nog geen keus had gemaakt.
De Nederlandse bijdrage aan het EU-budget, de euro, en het eurovisie songfestival
De referendumcampagne werd beheerst door financiële kwesties. De regering zette al vroeg de toon door tijdens de grondwetsonderhandelingen (vanaf september 2003) te wijzen op de hoge Nederlandse bijdrage aan het EU-budget. Staatssecretaris Atzo Nicolaï (Europese Zaken) betoogde dat Nederland per hoofd van de bevolking twee keer zo veel afdraagt als Zweden, en vijf keer zo veel als Frankrijk en Denemarken. De Europese Grondwet behandelde de Nederlandse betalingspositie uiteindelijk in een verklaring. De regering wrong zich gedurende de hele referendumcampagne in allerlei bochten om uit te leggen dat het probleem hiermee was opgelost.
Op de achtergrond speelde ook een openbaar uitgevochten ruzie over het Stabiliteitspact mee tussen verschillende Europese ministers van Financiën. Het Stabiliteitspact verplicht EU-lidstaten om de overheidsfinanciën op orde te hebben, om zo de stabiliteit van de euro te garanderen.
In november 2003 bleek dat Frankrijk en Duitsland voor het derde achtereenvolgende jaar een begrotingstekort hadden van meer dan de afgesproken bovengrens van 3 procent. Volgens de bepalingen van het Stabiliteitspact hadden de twee landen een forse boete moeten krijgen, maar ondanks fel protest van minister Zalm bleek een ruime meerderheid van de EU-lidstaten tegen sancties. Nederland eiste vervolgens een harde verankering van het Stabiliteitspact in de Europese Grondwet, maar wist hiervoor te weinig steun te verwerven.
In de peilingen hadden de tegenstanders tot april 2005 een lichte voorsprong, maar in mei verslechterde het sentiment in korte tijd. Henk Brouwer, directeur van De Nederlandse Bank, zorgde voor veel opschudding door in een interview met Het Parool te melden dat de gulden ondergewaardeerd was ten opzichte van de D-Mark, toen de euro werd ingevoerd. Het kostte minister Gerrit Zalm van Financiën (hierin overigens gesteund door vele economen) moeite om duidelijk te maken dat de Nederlandse burger niet gedupeerd was.
Verder kreeg De Telegraaf op 19 mei 2005 duizenden woedende reacties, waarin de Europese Grondwet in verband werd gebracht met de vroegtijdige aftocht van Nederland bij het eurovisie songfestival in Kiev. Het "prachtig gezongen liedje" van Glennis Grace sneuvelde in de voorronde - volgens veel kijkers omdat de Oost-Europese landen elkaar de finale inhielpen.
De referendumcampagne
De verkiezingscampagne kwam eigenlijk pas op gang in de derde week van mei. In de periode ervoor bezetten allerlei andere zaken de politieke agenda. In april verwerkte politiek Den Haag het voortijdige aftreden van vice-premier Thom de Graaf (D66) vanwege de crisis rond de gekozen burgemeester. Daarna wenste men het zilveren ambtsjubileum van koningin Beatrix op 30 april 2005 niet te verstoren.
De eerste twee weken van mei was de Tweede Kamer op voorjaarsreces. Ook premier Balkenende en veel ministers waren toen op vakantie. De enige officiële voorlichting kwam van de Referendumcommissie, die op 17 april een (veel bekritiseerde) folder met een samenvatting van de Europese Grondwet naar alle Nederlanders had gestuurd.
De referendumcampagne kwam dus pas twee weken vóór het referendum echt van de grond. Zowel voor- als tegenstanders voerden een negatieve campagne. De SP zette de toon door te betogen dat de EU-grondwet zou zorgen voor een Europese superstaat. Ook Geert Wilders legde in zijn bustoerNEE de nadruk op het thema "Europa superstaat" waarbinnen Nederland een machteloze provincie dreigde te worden.
De regering en de voorstanders haalden inmiddels dagelijks de tv-journaals met een serie opzienbarende uitspraken:
-
-CDA-minister Piet-Hein Donner (Justitie) waarschuwde voor oorlogen en een mogelijke Balkanisering van Europa als het 'nee' zou winnen,
-
-europarlementariër Jules Maaten (VVD) blaasde op het laatste moment een tv-spotje voor regionale omroepen af, waarin beelden van Auschwitz en Srebrenica de kiezer moesten aansporen tot een 'ja',
-
-D66-minister Laurens-Jan Brinkhorst (Economische Zaken) verkondigde dat bij een afwijzing in Nederland economisch "het licht uit zou gaan", later zei Brinkhorst dat de Europese Grondwet eigenlijk te ingewikkeld is om burgers te vragen er een oordeel over te hebben,
-
-Oppositieleider Wouter Bos (PvdA, voorstander van de EU-grondwet) meldde dat Nederland na een 'nee' snel opnieuw een referendum moest organiseren met dezelfde vraag, en
-
-CDA-minister Ben Bot (Buitenlandse Zaken) zei dat kiezers bij twijfel het beste thuis kunnen blijven; dit standpunt werd de dag vóór het referendum herhaald door voormalig premier Ruud Lubbers.
Tegenstanders nemen snelle lift omhoog
De opiniepeilingen lieten medio mei een enorme sprong van het 'nee' zien, met als uitschieter de peiling van het NIPO (20 mei 2005) die voorspelde dat het nee kon rekenen op 66 procent van de stemmen. Maurice de Hond registreerde op 24 mei een lichte kentering, volgens hem was de verhouding op die dag 43 procent voor, 57 procent tegen, bij een opkomst van 46 procent.
Het nee-kamp won de laatste dagen voor het referendum echter weer terrein toen de Fransen op zondag 29 mei de grondwet afwezen met 54,9 procent. Maurice de Hond en het NIPO voorspelden op 30 mei beiden een overwinning voor het nee met 59 procent. Uiteindelijk won het nee met 61,5 procent.
Nasleep
De Belgische minister van Buitenlandse Zaken, de liberaal Karel de Gucht, zorgde op zaterdag 4 juni 2005 voor enorme opschudding met ongezouten kritiek op de wijze waarop de Nederlandse regering campagne had gevoerd. "Dat tart toch de verbeelding", zei De Gucht, die eraan toevoegde dat het Nederlandse electoraat al enkele jaren "de weg kwijt is". Omdat De Gucht zijn kritiek paarde aan een felle persoonlijke aanval op premier Jan Peter Balkenende, riep minister Bot van Buitenlandse Zaken de Belgische ambassadeur op het matje.
De standpunten van de Nederlandse politieke partijen inzake een nieuwe Grondwet voor de Europese Unie stonden grotendeels vast. Na het akkoord dat de Europese leiders bereikten tijdens de top van 18 juni 2004, bleek dat de Europese Grondwet kon rekenen op brede steun in de Tweede Kamer (voorstanders: 127 zetels, tegenstanders: 22 zetels).
Voorstanders
Het CDA, de PvdA, de VVD, en D66 spraken zich gelijk na de top van 18 juni 2004 uit vóór de Europese Grondwet. Voor het CDA en de VVD woog zwaar dat Nederland het vetorecht heeft behouden op de vaststelling van de meerjarenbegroting van de Europese Unie. Ook waren beide partijen positief over het behoud van één stemhebbende eurocommissaris per lidstaat tot 2014. De partijen waren minder positief over de zwakke positie van het Stabiliteitspact in de Grondwet.
Na afloop van de Grondwet-onderhandelingen (17-18 juni 2004), die negen maanden hebben geduurd, sprak Tweede-Kamerlid Hans van Baalen (VVD) van "een late geboorte die geen wolk van een baby heeft opgeleverd". De PvdA was bij monde van woordvoerder Frans Timmermans kritisch over de vrijblijvende afspraken inzake het Stabiliteitspact (dat zijn de afspraken waarmee de stabiliteit van de euro gewaarborgd wordt).
GroenLinks sloot zich in januari 2005 aan bij de voorstanders. De partij kwam pas tot een standpunt na een serie raadplegingen met partijleden.
Tegenstanders
De kleinere partijen ter linker- en ter rechterzijde van het politieke spectrum (SP, de LPF, de ChristenUnie, de SGP en Geert Wilders) spraken zich gelijk uit tegen de Europese Grondwet.
Harry van Bommel (SP) typeerde de Europese Grondwet in juni 2004 als "een afschuwelijke nageboorte die zo snel mogelijk moet worden begraven". De SP voerde vervolgens een tegen-campagne op het thema "Europa-superstaat". Ook de kleine christelijke partijen (ChristenUnie en SGP) vonden dat Nederland te veel bevoegdheden zou verliezen aan 'Brussel'. In december 2004 sprak Geert Wilders zich uit tegen de Europese Grondwet, omdat deze Turkije in de kaart zou spelen.
Het referendum werd voorbereid door de onafhankelijke referendumcommissie. Deze publiceerde een (veel bekritiseerde) samenvatting van de Europese Grondwet, die alle Nederlanders op 23 april 2005 in de bus kregen. Ook publiceerde de Europese Commissie twee folders, waarin enkele elementen van de Europese Grondwet worden uitgelicht.
De volledige Nederlandstalige tekst van de Europese Grondwet kunt u raadplegen op deze site. Verder kunt u deze tekst downloaden als pdf-file (zorg voor voldoende papier in de printer), of kopen via de SDU (u bestelt dan een publicatie van bijna 500 pagina's). Tussen april en juni 2005 was de Europese Grondwet in krantenformaat gratis af te halen in gemeentehuizen en bibliotheken.
Tijdlijn |
|
|---|---|
1 juni 2005 |
referendum in Nederland |
11 maart 2005 |
Regering stuurt Tweede Kamer wetsvoorstel waarin staat dat Nederland instemt met de Europese Grondwet |
25 januari 2005 |
Eerste Kamer stemt in meerderheid voor het wetsvoorstel inzake het houden van een raadplegend referendum |
29 oktober 2004 |
Ondertekening Europese Grondwet door regeringsleiders en staatshoofden |
5 oktober 2004 |
Tweede Kamer stemt in met herschreven initiatief-wetsvoorstel |
17-18 juni 2004 |
Europese Raad, Europese leiders geven groen licht voor de Europese Grondwet |
27 mei 2004 |
Het initiatief-wetsvoorstel wordt herschreven (novelle), naar aanleiding van bezwaren door de Eerste Kamer |
25 november 2003 |
De Tweede Kamer stemt in met het initiatief-wetsvoorstel over een raadplegend referendum |
4 oktober 2003 |
Start van de Intergouvernementele Conferentie (IGC) in Rome voor vaststelling van het definitieve verdrag |
18 juli 2003 |
De Europese Conventie rondt de werkzaamheden af met de presentatie van het Ontwerp-verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa |
22 mei 2003 |
Voorstel van Wet van de leden Farah Karimi (GroenLinks), Niesco Dubbelboer (PvdA) en Boris van der Ham (D66) betreffende het houden van een raadplegend referendum over het grondwettelijk verdrag voor de Europese Unie |
28 oktober 2002 |
De voorzitter van de Europese Conventie, Giscard d'Estaing, presenteert een raamwerk voor een grondwettelijk verdrag voor de Europese Unie |
De Europese Grondwet werd van februari 2002 tot juli 2003 voorbereid door de Europese Conventie, die op 18 juli 2003 een ontwerp-Grondwet produceerde. Gedurende de Europese Conventie gingen in Nederland stemmen op om over de Europese Grondwet een referendum te houden.
De Tweede Kamer nam op 5 november 2002 de motie-Timmermans c.s. aan, waarin de Nederlandse regering werd opgeroepen om een referendum uit te schrijven over de Europese Grondwet. De regering gaf echter geen gevolg aan deze motie. Wel ontbrandde een felle discussie over de wenselijkheid van het houden van een referendum: als de Tweede Kamer al gekozen is door middel van algemene verkiezingen, waarom moet er dan nog een referendum komen over een specifiek onderwerp?
Initiatief-wetsvoorstel
Op 22 mei 2003 dienden de Tweede-Kamerleden Farah Karimi (GroenLinks), Niesco Dubbelboer (PvdA) en Boris van der Ham (D66) een initiatief-wetsvoorstel in. Zij stelden voor een raadplegend referendum te houden over de Europese Grondwet. De Kiesraad en de Raad van State voorzagen het wetsvoorstel in juli 2003 van een positief advies. De Kamerleden verwerkten vervolgens de kanttekeningen van de Raad van State, zodat begin september 2003 het 'definitieve' initiatief-wetsvoorstel kon worden gepresenteerd.
Het wetsvoorstel kon meteen al rekenen op steun van de PvdA, de SP, GroenLinks, de LPF en D66. Het CDA en de SGP zijn principieel tegen een referendum, terwijl de VVD en de ChristenUnie tot september 2003 ook geen warm voorstander bleken. Nadat de Raad van State in september 2003 een positief advies uitbracht over het initiatief-wetsvoorstel, ging de Tweede-Kamerfractie van de VVD echter 'om'. Kort daarna sprak ook de VVD-fractie in de Eerste Kamer zich uit voor het referendum, waardoor het referendum in beide Kamers kon rekenen op een meerderheid.
Op 25 november 2003 heeft de Tweede Kamer het initiatief-wetsvoorstel aangenomen. De fracties van CDA, ChristenUnie en SGP stemden tegen. Na bezwaren van de Eerste Kamer werd het voorstel in mei 2004 teruggestuurd naar de Tweede Kamer (novelle). Op 5 oktober 2004 stemden de Tweede-Kamerleden (opnieuw) in met het initiatief-wetsvoorstel, die op enkele mineure punten was "gerepareerd".
Eerste Kamer
De Eerste Kamer moest toen nog over het wetsvoorstel stemmen. Op 9 april 2004 startte de Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat het voorbereidend onderzoek naar het wetsvoorstel. Uit het onderzoek bleek dat het wetsvoorstel kon rekenen op een meerderheid in de Senaat, maar dat de indieners hun initiatief-wetsvoorstel nog op enkele punten nader moesten toelichten in een zogenaamd 'Memorie van Antwoord'.
Op 27 mei 2004 gaven de indieners (Karimi, Dubbelboer en Van der Ham) in hun Memorie van Antwoord aan dat zij het wetsvoorstel op enkele mineure punten zouden wijzigen, om tegemoet te komen aan bezwaren van de Senaat. De Tweede Kamer stemde op 5 oktober 2004 in met deze mineure aanpassingen, terwijl de Eerste Kamer de definitieve goedkeuring aan het referendum gaf op 25 januari 2005.
Inhoudsopgave van deze pagina:
__________
Site van Europees Parlement
Bureau Nederland & Parlementair Documentatie Centrum UL
__________


