Defensiebeleid - Europa NU

Europa NU
logo Europees Parlement

bij Defensiebeleid

Defensiebeleid

 
Militairen en transportvliegtuig

Vroeger ging het bij defensie vooral om verdediging van het eigen land tegen een aanvaller. Maar tegenwoordig zijn militaire operaties vaker bedoeld om vrede te bewaren, of te helpen bij de opbouw van een land dat is verwoest door een oorlog of interne conflicten. Door deze verandering moet het defensiebeleid in Europa worden herzien.

De Europese Unie heeft geen gemeenschappelijk leger. De militaire verdediging van veel lidstaten van de Europese Unie en enkele kandidaat-lidstaten wordt, behalve door hun eigen nationale leger, gegarandeerd door de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO).

In 2010 hebben de EU-landen ingestemd met een Spaans voorstel over de verdere ontwikkeling van een Europese snelle-interventiemacht. Die moet in geval van humanitaire of andere crisissituaties snel ter plaatse hulp kunnen verlenen.

De Europese Unie is al enkele jaren bezig om een samenhangend defensiebeleid op te stellen. Sinds mei 2002 komen de ministers van defensie uit alle EU-lidstaten enkele keren per jaar bijeen om hierover te vergaderen.

Er wordt gewerkt aan de komst van een Europese snelle-interventiemacht, die kan optreden in crisissituaties en bij rampen.

 

1.

In vogelvlucht

De basis voor het huidige defensiebeleid van de Europese Unie ligt in de periode na de Tweede Wereldoorlog. In 1952 werd de Europese Defensiegemeenschap (EDG) opgericht. Deze mislukte uiteindelijk. Door de dood van Stalin leek het einde van de Koude Oorlog nabij en leek een Europees leger minder belangrijk.

De Europese Unie is al enkele jaren bezig om een samenhangend defensiebeleid op te stellen. Sinds mei 2002 komen de ministers van defensie uit alle EU-lidstaten enkele keren per jaar bijeen om hierover te vergaderen. In december 2002 kreeg de discussie over Europese strijdkrachten een impuls door de werkzaamheden van Werkgroep VIII 'Defensie' van de Europese Conventie.

De Noord-Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO) is sinds 1949 het belangrijkste bondgenootschap dat zorgt voor vrede en veiligheid in West-Europa. Het regelt de wederzijdse verdediging en samenwerking van de legers van de leden. Na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn werden ook Oost-Europese landen lid. Naast de Europese landen zijn ook de Verenigde Staten, Canada en Turkije lid.

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) probeert vooral door diplomatieke middelen conflicten te voorkomen of te beperken. Na een conflict biedt de OVSE hulp bij de (weder)opbouw van democratie en rechtsorde. Ook leidt de OVSE de onderhandelingen over ontwapening wapenbeheersing.

Lees meer

2.

Wie doet wat?

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad, de Europese Raad en de Hoge Vertegenwoordiger van het Buitenlands en Veiligheidsbeleid een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Raad

Voor voorstellen van algemene richtsnoeren geldt dat de Raad Buitenlandse Zaken deze opstelt. Vertegenwoordigers voor Nederland in deze Raad zijn:

Initiatief voor nieuw beleid: lidstaat of Hoge vertegenwoordiger

Voor voorstellen voor de uitvoering van het defensiebeleid geldt dat een van de lidstaten van de Europese Unie of de Hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands en veiligheidsbeleid deze opstelt. De Hoge Vertegenwoordiger is:

Besluitvorming door de Europese Raad

Voor het vaststellen van algemene richtsnoeren geldt dat de Europese Raad besluit met eenparigheid van stemmen.

Vertegenwoordiger van Nederland in de Europese Raad is:

Besluitvorming door de Raad

Voor voorstellen voor de inzet van missies of besluiten op specifieke onderwerpen geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen.

Voor het Europees Parlement beoordeelt de subcommissie veiligheid en defensie de voorstellen van de Europese Commissie, Hoge vertegenwoordiger en Raad, en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Nederlandse Europarlementariër lid:

Overeenstemming in de Raad van de Europese Unie sluit de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Relatie met andere samenwerkingsverbanden

NAVO

Het defensiebeleid van de Europese Unie doet geen afbreuk aan de verplichtingen die lidstaten van de Europese Unie zijn aangegaan in NAVO-verband. In de NAVO worden, afhankelijk van het niveau waarop, besluiten genomen door de ambassadeurs van de lidstaten bij de NAVO, door de ministers van Buitenlandse Zaken, of door de staatshoofden en regeringsleiders. Besluiten worden genomen met eenparigheid van stemmen. De dagelijkse leiding van de NAVO berust bij de secretaris-generaal:

OVSE

De ministers van Buitenlandse Zaken van de landen die lid zijn van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) komen eens per jaar bijeen. In het kader van de OVSE worden slechts politieke afspraken gemaakt, waarvan het aan de betrokken lidstaten zelf is om ze uit te voeren.

 

3.

Meer informatie

Hot issues

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO)

Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa

Verenigde Naties

West-Europese Unie

Overig

4.

Tip voor informatie op maat

Via onderstaande symbolen kunt u de omvang van de informatie over dit beleidsterrein op uw behoefte van dit moment afstemmen:

 
  Niveau Rubrieken
niveau 1: kort In vogelvlucht, Wie doet wat?
niveau 2: uitgebreid Niveau 1 + Juridisch kader

Afhankelijk van het niveau kunnen ook de teksten van de rubrieken uitgebreider en specialistischer zijn.

Tip

Deze icoontjes treft u ook aan boven de inhoudsopgave aan de rechterkant van deze pagina.

Stuur door