Europese Hof van Justitie (HvJ) - Europa NU

Europa NU
logo Europees Parlement
logo Europese Hof van Justitie

Het Hof van Justitie doet uitspraak in juridische geschillen en zorgt ervoor dat de Europese verdragen goed worden toegepast. Het Hof voorkomt hiermee dat iedereen het Gemeenschapsrecht naar eigen inzicht uitlegt en toepast.

Sinds de oprichting in 1952 zijn er duizenden zaken bij het Hof aanhangig gemaakt; jaarlijks gaat het om ongeveer 600 zaken. Om deze stroom te verwerken en de rechtsbescherming van de burgers te verbeteren, is in 1989 een Gerecht van eerste aanleg toegevoegd. Dit Gerecht spreekt zich in eerste instantie uit in bepaalde categorieën zaken, zoals geschillen die verband houden met oneerlijke concurrentie en zaken die door particulieren zijn ingediend.

1.

Basiskenmerken

Locatie (Stad)

Luxemburg

Locatie (Land)

Luxemburg

Grondslag

Artikel VwEU 251 t/m 281

Opgericht

1952

Aard organisatie

Orgaan van de Europese Unie

President

Vassilios Skouris

2.

Bevoegdheden

Het Hof van Justitie ziet toe op de eerbiediging en de toepassing van de regelgeving en de oprichtingsverdragen van de Europese Unie. Het Hof doet uitspraak in geschillen tussen lidstaten, EU-instellingen, bedrijven en individuen waarbij EU-wetgeving aan de orde is. Belanghebbenden kunnen zich tot het Hof wenden als Europese regels worden overtreden.

3.

Procedures van het Hof

Het Hof heeft voor naleving een groot aantal instrumenten gekregen. Zo kan de Europese Commissie een procedure starten bij het Hof als lidstaten de Europese regels niet goed handhaven, waarna het Hof een boete of dwangsom kan opleggen. Ook kan bij het Hof een procedure gestart worden om besluiten van Europese instanties nietig te verklaren.

Daarnaast bepaalt het Hof aan wat de juiste uitleg is van Europese regelgeving (zogenaamde prejudiciële beslissingen ). Deze procedure is bedoeld om te voorkomen dat de nationale rechters het gemeenschapsrecht op verschillende wijzen uitleggen. In sommige gevallen kan (of moet) een rechter uit een EU-lidstaat een vraag aan het Hof voorleggen. De uitspraak van het Hof is bindend.

Jaarlijks neemt het Hof bijna 600 zaken in behandeling. De behandeling van een zaak duurt gemiddeld zo'n anderhalf jaar.

4.

Organisatie

Het Hof bestaat uit:

  • 27 rechters waaronder een president
  • 11 advocaten-generaal, waaronder een eerste advocaat-generaal

Het Hof heeft zes Kamers met elk 3 of 5 rechters; het Hof kan ook bijeenkomen in voltallige zitting (27 rechters) of in grote kamer (13 rechters).

De rechters kiezen uit hun midden een president, voor een periode van drie jaar. De president heeft de leiding over de werkzaamheden en de diensten van het Hof. Hij zit de terechtzittingen en beraadslagingen voor als het Hof in voltallige zitting of in grote kamer bijeenkomt.

De advocaten-generaal geven in het openbaar, onpartijdig en onafhankelijk advies aan het Hof over de oplossing van de zaken die het Hof behandelt. Hun functie is niet te vergelijken met die van een openbaar aanklager; deze rol wordt vervuld door de Europese Commissie als hoedster van het gemeenschapsbelang.

5.

Relatie met EU-lidstaten

Het Hof is samengesteld uit evenveel rechters als er lidstaten zijn: uit elke lidstaat één rechter. De rechters en advocaten-generaal van het Europese Hof van Justitie worden benoemd door de Europese regeringsleiders tijdens de Europese Raad, voor een periode van zes jaar. In de Europese Raad moet onderlinge overeenstemming bestaan over de voordrachten.

6.

Nederland

Sinds de oprichting van het Hof in 1952 waren de volgende Nederlanders er rechter of advocaat-generaal:

Advocaat-generaal

Rechter

7.

Ontwikkeling invloed Europees Hof van Justitie 

Het Hof is opgericht in 1952 met het Europese Verdrag voor Kolen en Staal. De taak van het Hof is onveranderd gebleven: het toezien op de toepassing en uitleg van de Europese verdragen. Hiermee is de geschiedenis van het Hof er vooral een van haar uitspraken.

In 1963 stelt het Hof in het "Van Gend & Loos" arrest dat Europese burgers, bedrijven of instellingen zich bij hun nationale rechter kunnen beroepen op Europese regelgeving. Europese regels hebben rechtstreekse werking. Met de Europese verdragen dragen de lidstaten een stuk soevereiniteit over aan het Europese niveau. Er bestaat dus een Europese rechtsorde, naast de nationale rechtsordes van de lidstaten.

In 1964 volgde het arrest Costa/ENEL. Dit bevestigde wat het Hof een jaar eerder had vastgesteld, en bouwde er op voort. Als nationale regels in strijd zijn met Europese regels dan gelden de Europese. Dit is het principe van het voorrang van het gemeenschapsrecht. Dit was volgens het Hof nodig om ervoor te zorgen dat de eigen gemeenschappelijke Europese rechtsorde in alle lidstaten hetzelfde wordt uitgelegd.

In 1978 worden deze principes verder aangescherpt door het Simmenthal arrest. Ten eerste moeten nationale regels worden aangepast op het moment dat er conflicterende Europese regels van kracht worden. Verder mogen lidstaten ook geen nieuwe regels maken die in strijd zijn met geldende Europese regels.

Het correct toepassen van regels raakte de kern in een zaak tegen Nederland in 1990, over het Bird Directive. In het arrest stelt het Hof dat in het geval van richtlijnen de lidstaten de ruimte krijgen het doel naar eigen inzicht te bereiken, maar dat er grenzen zitten aan die ruimte. Des te algemener een richtlijn van aard is, des te meer vrijheid de lidstaat heeft om deze zelf in te vullen. Gaat het om vrij specifieke regelgeving, dan moet de tekst vrij nauwgezet worden gevolgd.

In 2007 speelde een zaak tussen de Raad van Ministers en de Europese Commissie over wie het recht tot handhaving van de regels heeft. De Raad stelde dat zij in dit geval daar als enige toe bevoegd was. Het Hof oordeelde anders. Het beleid in kwestie wordt in de basis op Europees niveau geregeld, en daarmee ligt de verantwoordelijkheid van de goede uitvoer van een richtlijn die daar op gebaseerd is ook op Europees niveau. Als lidstaten overtredingen niet vervolgen, dan mag de Commissie in dit soort gevallen lidstaten dwingen overtreders van regels te vervolgen. Het Hof gaf wel te kennen dat de daadwerkelijke vervolging van een overtreder en de uiteindelijke strafmaat een zaak is van lidstaten, en niet van de Europese Unie.

Ook op meer inhoudelijke punten deed het Hof in de jaren soms zeer belangrijke uitspraken. Met die uitspraken verankerde het Hof bepaalde rechten. Voorbeelden zijn het recht op gelijke beloning van mannen en vrouwen (arrest Defrenne uit 1976), het recht dat inwoners van de ene lidstaat onder dezelfde voorwaarden van diensten gebruik moeten kunnen maken in een andere lidstaat (arresten Cowan uit 1989 en Kohll uit 1998), het recht op vakantie met behoud van loon (arrest BECTU uit 2001), het recht op vrij verkeer van goederen binnen de EU - zolang de producten aan de wettelijke eisen voldoen (arrest Cassis de Dijon uit 1979) en het recht op vrij verkeer van werknemers (Bosman arrest) .

Volgens velen is het Hof één van de drijvende krachten achter de Europese integratie. Haar uitspraken zouden vooral in het voordeel spreken van de Europese, supranationale, aanpak. Dit geldt zowel waar het gaat om het formuleren van algemene rechtsprincipes, als bij veel inhoudelijke zaken. Er zijn echter ook voorbeelden waar het Hof regelgeving in de Europese Unie beperkte. Zo heeft het Hof een aantal richtlijnen naar de prullenmand verwezen omdat de Commissie niet voldoende duidelijk had gemaakt waarom iets Europees geregeld moest worden, in plaats van het over te laten aan de lidstaten zelf.

Het Europees Hof van Justitie kreeg het, vooral vanwege de uitbreiding van de bevoegdheden van de EU, in de loop der jaren steeds drukker. Om het Hof te ontlasten werd in 1988 het Gerecht van eerste aanleg opgericht. In 2004 kwam daar een Gerecht voor ambtenarenzaken bij, waar alle Europese ambtenaren met hun klachten terecht konden.

 
 
 
 
url curia.europa.eu/jcms/jcms/j_6
contact curia.europa.eu/jcms/jcms/T ..
tel. +35 (2) 43 03 1
fax +35 (2) 43 03 26 00
adres L-2925 - Luxemburg (Luxemburg)
Stuur door